Ik beklom überbrak na drie uur slaap de Martinitoren om tussen de luidende klokken te staan

Al sinds de Middeleeuwen is de Martinitoren het symbool van Groningen. “Uiting van de rijkdom die de stad vergaarde via het Hanzeverbond,” weet Stadsbeiaardier Auke de Boer (62). Als een jong ventje klautert hij enthousiast voor mij aan de oude wenteltrap van de toren op.

Ik ga kapot daarentegen. Het is geen goed idee om na een nacht vol Carnaval Idioterie van KopjeK om tien uur in de ochtend de toren te beklimmen. Met drie uurtjes slaap achter de kiezen, liters alcohol in de pokkel en ook nog wat andere middelen in de mik is de beklimming een uiterst pittige opgave.

Terwijl de beiaardier tijdens de klim vol liefde vertelt over geschiedenis van de toren en de stad, duizelt het mij voor de ogen. Angstvallig klamp ik mij vast aan de dikke kabel die fungeert als trapleuning. De smalle wenteltrap lijkt eindeloos. Het aantal treden is ontelbaar. Er is geen ontsnappen aan.

Stad aan de voeten

Maar het uitzicht wordt naarmate we hoger komen steeds verbluffender. Af en toe is er een kleine doorkijk via venster over de stad. Adembenemend mooi. Helemaal als we op de tweede trans uitkomen. Het uitzicht over Groningen is geweldig. Stad en Ommeland zijn gereduceerd tot een fragiel, klein en kwetsbaar lapje grond.

Aan de horizon is de kolencentrale in de Eemshaven zichtbaar. Auke vertelt dat op heldere dagen zelfs de flats van Assen en Drachten te zien zijn. Groningen lijkt nietig vanaf d’Olle Grieze. De Hoorsne Pis kun je bijna aanraken, net als de spoorbrug over het Van Starkenborghkanaal aan de andere kant van Stad.

Toch oogt Stad wel veel grootser dan de laatste keer dat ik de Martinitoren beklom. Er is sindsdien, vooral aan de randen van Groningen, veel hoogbouw bijgekomen waardoor 050 meer stedelijke allure heeft gekregen. De brakheid maakt plaats voor trots en voor bewondering van de geschiedenis van Stad.

Middeleeuwen

Het beklimmen van de Martinitoren is alsof je middeleeuws Groningen instapt. De treden, de smalle wenteltrap, de kleine deurtjes, doorgangen en de versiersels op de verschillende plateaus. Wat een pracht. Wat een praal. Wat een rijkdom. En die zie je van boven ook goed terug in de binnenstad.

Statige en historische gebouwen, waar heel veel geld in is gestoken en een belangrijke rol in de geschiedenis van het Noorden hebben gehad, doemen overal op. De Korenbeurs ligt er prachtig bij. Net als de Vismarkt waar de markt volop bezig is. Ook het gebouw van de Universiteit, Stadsschouwburg en der Aa-Kerk shinen.

Na wat foto’s maken, op adem komen en slokken water wegwerken, is het tijd om verder de krochten van d’Olle Grieze in te duiken. Op naar het kantoor van de beiaardier waar een van de mooiste en oudste carillons van Nederland staat. Via een klein deurtje dat is afgesloten met een dik slot, komen we het heiligdom binnen.

Carillon van de Martinitoren

Direct na de deur staat het carillon. Met dikke snaren is dat verbonden met de klokken een paar meter hoger. Het is een soort piano, maar dan ouder, nostalgischer en grootser. Auke vertelt met dezelfde bevlogenheid waarmee hij speelt dat het ongelooflijk gaaf is om op een vijfhonderd jaar oud instrument te mogen dienen.

Om de muziek van vroeger nu te laten horen. En andersom: om de muziek van nu te laten horen op het instrument van de middeleeuwen. Zo speelt de beiaardier met regelmaat hits van de twintigste en 21e eeuw. Van The Beatles tot de nieuwste track van de Groningse band De Kat.

Dat is de reden dat ik mee naar boven mag. Verder dan het normale publiek komt. We gaan De Kat verrassen. Terwijl ik de beiaardier film, wordt de band op het VVV-kantoor geïnterviewd, ze hebben geen idee dat hun nummer wordt gespeeld op het carillon. Met een smoes zijn ze gelokt.

Martinitoren

Overweldigend

Als na klokslag elf uur de eerste tonen van hun liedje over stad blazen worden ze helemaal gek. Ik ook. Van Auke mag ik tussen de klokken filmen. Heel vet natuurlijk. Wie komt daar ooit? Amper iemand, ik wel. Dit zijn toch de voordelen van dit werk en ik smul van de geschiedenis van Stad.

Het is bijna onrealistisch om tussen de enorme klokken te staan met het prachtige Groningen op de achtergrond. De brakheid is er nog steeds. Maar alle impressies, het frisse vleugje wind, het ongekende uitzicht en vijfhonderd jaar geschiedenis zijn overweldigend en drukken al het andere heel ver weg.

Ik ben er zelfs bij gaan liggen. Voor het perfecte shot onder de klokken en omdat het heel chill is om eem te crashen bovenin de Martinitoren na een hele gure stapnacht en veel te weinig slaap. Puur genieten. Totdat Auke losgaat op het carillon en de klokken voorzichtig in beweging komen.

Echo van geluid

Een orkaan van geluid komt als een echo op mij af. De prikkels zijn intens, overweldigend en de trommelvliezen draaien overuren. Kippenvel springt op de armen, hoofdpijn barst als een malle los, overal waar ik kijk zie ik grote galmende klokken waar een enorme bak herrie uitkomt.

De beiaardier doet het prima. Melodieus, zuiver, op de maat en vol overgave. Ik kan dat niet. Maar daar in het epicentrum van het carillon, op ongeveer tachtig meter boven de stad, komt het heel anders binnen. Alsof zeven uur KopjeK’s Idioterie Carnaval Extraordinaire in een paar minuutjes is gestopt. Zo bruut.

Het filmpje over De Kat en hun verrassing komt ergens komende dagen online.

Ga het gesprek aan ( comments)