1/3 Brabantse corona-patiënten in Noordelijke ziekenhuizen overleden, maar…

UMCG corona (2)
Het UMCG in Groningen

De negen Noordelijke ziekenhuizen doen wat ze kunnen bij het opnemen van Brabantse coronapatiënten, benadrukt Robert van Barneveld, directeur zorg van UMCG Ambulancezorg.

Van Barneveld voelt zich geroepen om te reageren op de opmerkingen in de Tweede Kamer van Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. Die stelt dat hij in Noord-Nederland de urgentie mist bij het overnemen van coronapatiënten uit Brabantse ziekenhuizen, waar de beddencapaciteit kraakt.

‘Eenzijdig beeld’

“Dat is een eenzijdig beeld”, zegt Van Barneveld, verantwoordelijk voor het ambulancevervoer van de Brabanders naar de ziekenhuizen in Friesland, Groningen en Drenthe. “Hier in het Noorden wordt juist 24 uur per dag keihard gewerkt om te helpen waar we kunnen.”

Maar dat de vraag vanuit Brabant aan Noord-Nederland om patiënten over te nemen groter is dan wat het Noorden biedt, dat klopt wel, zegt Van Barneveld. Er moet immers ook gekeken worden naar ‘het aanbod’ van patiënten uit het Noorden zelf.

Puzzel van vraag en aanbod

De puzzel van beschikbare bedden in de negen Noordelijke ziekenhuizen, de vraag vanuit Brabant en de aantallen ernstig zieken uit Friesland, Groningen en Drenthe zelf (“de besmettingen hier wegen zeer zwaar mee”) wordt twee keer per dag opnieuw gelegd. Epicentrum van de berekeningen is de Meldkamer Noord-Nederland in Drachten.

“Hoe is het gisteren gegaan, hoe is het nu met de belasting, welke capaciteit is er nu nog? Dat is het rondje dat we elke ochtend met de ziekenhuizen maken. En ‘s middags opnieuw”, zegt Van Barneveld.

Een derde overleden, twee patiënten beter

Sinds afgelopen vrijdag rijden de drie Noordelijke ambulancezorgorganisaties af en aan naar het Zuiden om patiënten op te halen. Het totale aantal Brabanders dat naar de negen ziekenhuizen is gebracht, loopt nu (donderdag rond het middaguur) tegen de 120. Van hen is een derde inmiddels overleden.

Maar positieve berichten zijn er ook. De eerste Brabander was al hersteld en vanochtend is een tweede Zuidelijke Covid-patiënt uit het ziekenhuis ontslagen, uit het Tjongerschans in Heerenveen. “Het grootste deel ligt niet op de intensive care, maar in isolatie en herstelt gelukkig ook”, zegt Van Barneveld.

Blind naar Brabant

Elke ochtend rond 8 uur rijden er acht ambulances van de drie noordelijke ambulancediensten in de richting Den Bosch/Uden. Pas als ze daar 1,5 tot 2 uur later aankomen, horen ze naar welk ziekenhuis ze worden gestuurd voor welke patiënt. Het komt voor dat ze daarna alsnog naar Tilburg of Breda moeten.

“Dat is onhandig, maar wel begrijpelijk. Die tijd in de ochtend hebben de artsen in Brabant nodig om keuzes te maken wie meegaat naar naar het Noorden”, legt Van Barneveld uit. Een deel van de acht ambu’s maakt ‘s middags opnieuw een rit naar het Zuiden om nieuwe patiënten op te halen. Zo zijn er sinds maandag elke dag tussen de acht en zestien Brabanders in een Noordelijk ziekenhuis geplaatst.

‘Gevaarlijke zorg’

Cruciaal bij het aantal Brabanders dat in het Noorden kan worden opgenomen, is wat hier precies de (overgebleven) capaciteit is op de verpleegafdelingen en de intensive cares van de negen ziekenhuizen. Juist over de aantallen wil Van Barneveld niks meer zeggen.

“Gisteren had ik het nog gezegd, maar het is beter dat niet meer te doen”, aldus Van Barneveld. De aanleiding is een stuk in de Volkskrant, waarin hij donderdag aan het woord komt. “Ziekenhuizen in Brabant hebben op basis daarvan gedacht: kijk, in het Noorden is dus nog plek zat, we sturen zelf wel patiënten die kant op.”

Zo zijn er volgens Van Barneveld Brabantse ambulances naar Noord-Nederlandse ziekenhuizen gereden om patiënten af te leveren. “Op die manier moet het echt niet. Dat leidt tot gevaarlijke zorg”, meent Van Barneveld.

“Alle negen ziekenhuizen in het Noorden hebben de capaciteit voor hun reguliere zorg teruggebracht, om ruimte te maken voor corona-patiënten”, meldt de directeur. ,”Echt, ze doen wat ze naar vermogen kunnen.”

Door Stef Altena