Video | Groningse breekt bij Enquête Gaswinning: “Ik heb gefaald als moeder. Ik heb voor het huis geknokt in plaats van voor mijn kind”

Eem een uitstapje naar de provincie omdat veel inwoners daar al jaren onder het zware juk van de bevings leven. Een van hen is Frouke Postma Doornbos. Ze verscheen vandaag voor de Parlementaire Enquête Commissie Gaswinning. Haar verhaal is aangrijpend, zwaar emotioneel en maakt boos. Woedend zelfs

Eem een uitstapje naar de provincie omdat veel inwoners daar al jaren onder het zware juk van de bevings leven. Een van hen is Frouke Postma Doornbos. Ze verscheen vandaag voor de Parlementaire Enquête Commissie Gaswinning. Haar verhaal is aangrijpend, zwaar emotioneel en maakt boos. Woedend zelfs.

Frouke woont in Schildwolde en trapt haar relaas af met een anekdote over een tuinfeestje. “In mei 2017 waren we 25 jaar getrouwd. En het huis was na de aardbevingsschade eindelijk weer een redelijk goed uit. Daarom hadden we een feestje georganiseerd voor vrienden en familie in onze tuin. Het was een prachtige dag, warm weer en we stonden in onze tuin de gasten te ontvangen. En toen kregen we een aardbeving, die iets van 2,6 of zo was”, vertelt ze. En dan wordt het moeilijk. De ademhaling stokt, een traan verschijnt in oog. Een siddering gaat zichtbaar over haar heen.

Een monster in de grond

Na het schrapen van de keel hervat ze haar verhaal: “Dat heb ik als heel heftig ervaren. Het was alsof een monster in de grond zijn bek opentrok. Ik had nog niet eerder buiten een aardbeving ervaren. De grond bewoog. Er kwam een heel eng geluid en dan sta je daar in je mooie kleren, met de visite die eraan komt met de bloemetjes onder de arm. Dat was echt heel heftig. Dat je denkt: wanneer houdt dit ooit op. Wanneer kunnen we gewoon weer ons leven oppakken. Wanneer kunnen we gewoon een keer in de tien jaar ons huis verven en een keer in de twintig jaar een verbouwing doen. En waar ben je veilig. Ik vond het echt heel naar.”

“Ik heb gefaald als moeder”

Het wordt nog intenser en verdrietiger als ze over haar kinderen begint. Verslagen vertelt ze dat hun zoons hun puber- en tienerjaren hebben doorgebracht in een hele gestreste omgeving, met heel gestreste ouders. “Ze hebben daar elk op hun eigen manier mentale gevolgen van. Onze jongste zoon is zwaar deprisief geworden. Dat hadden wij helemaal niet door in het begin. Hij sloot zich in zijn eigen wereld op. En als je dat dan later merkt en ziet dan denk je: ik heb gefaald, ik heb gewoon gefaald als moeder. Ik heb geknokt voor het huis, maar ik had voor mijn kind moeten knokken. Maar ik had dat helemaal niet gezien, want hij deed zijn ding.”

Het heftigste wat dat betreft was de schoorsteen. Die werd gesloopt omdat die niet veilig was. Bij die werkzaamheden werd duidelijk dat de hele hoge schoorsteen finaal doormidden was getrild op meerdere plekken. “Die was niet meer sterk of stabiel. Ons huis is in 1938 gebouwd. In die tijd bouwden ze om de schoorsteen heen. Of een schoorsteen in een dakkapel. Onze jongste zoon sliep daar en was dus echt bang. Die heeft gezien hoe stuk de schoorsteen was en vanaf dat moment was hij bang bij het slapen gaan, bang dat er iets zou gebeuren. Dat was voor ons ook het moment. Kijk, dat je huis stuk is, is een ding. Dat je niet zeker weet of je kinderen veilig wakker worden als er iets gebeurt, is een heel ander verhaal. Dat is wat het meeste impact heeft.”

De voortdurende struggles

Ook gaat Frouke in op de struggles met de NAM om de schade vergoed te krijgen. Wat dat doet met het gezin. “Je wordt heel klein gemaakt. Wat Albert zei: mijn gevoel van privacy is weg. Er komen massa’s mensen over de vloer. Die kijken in iedere ruimte. Maken overal foto’s van. Die gaan in een rapport. Een jaar later is dat rapport kwijt. Moet er weer een nieuw rapport worden gemaakt. Begint het hele circus opnieuw. Ze vinden van alles van je. Ze beslissen van alles over je. Je moet alles bewijzen. Voortduren knokken om het recht te halen. Ik ben niet een arme Groninger, ik ben Nederlands staatsburger. Ik heb er recht op dat de overheid mij beschermt, dat de overheid mij veiligheid biedt en mijn privacy respecteert. En dat gevoel wankelt hierdoor.”

“We hebben het niet zelf gedaan”

“Het is gewoon moeilijk dat je elk stukje van je recht moet bevechten. Het is niet dat we het zelf gedaan hebben. Dat maakt het heel lastig. Daar liggen we wakker van. Naast alle schades die we hebben gehad, waar we alles voor op papier moesten zetten, moeten we ook nog over randzaken ons recht halen. En als je het niet doet, dan krijg je het niet. Er is niemand die komt helpen. En dan ik een brief schrijven, een formulier invullen en op internet redden. Maar er zijn een heleboel mensen die dat niet hebben. Ik weet niet hoe zij dat doen.”