Wordt tabaksfabriek van Niemeyer toch een rafelrandje voor kunst en cultuur? De gemeente gaat daar in ieder geval wel voor

Niemeyer in Groningen. Foto: Corné Sparidaens Corné Sparidaens

Goed nieuws voor de kunstenaars, muzikanten en andere creatievelings onder ons. Het gemeentebestuur wil het Niemeyer-complex, dat voorheen zorgde voor de herkenbare tabaklucht in Stad, nieuw leven inblazen.

Het Niemeyer-complex is volgens de gemeente van belang ‘voor de identiteit en herkenbaarheid’ van Grunn. Daarom wil het stadhuis dit pand veiligstellen. Voor nu is het college van Burgemeester & Wethouders nog in gesprek met de eigenaar van het pand: British American Tobacco. Het stadsbestuur wil in totaal drie percelen overkopen om hier vervolgens een plek te creëren voor startende ondernemers en kunst- en cultuurinstellingen. Ook zullen er dan kantoren worden gevestigd.

Rafelranden zijn van groot belang

Stad heeft wel weer zin in een nieuwe, vette rafelrand, want die verdwijnen in hoog tempo. Zo wordt Backbone ontmanteld, ligt de Biotoop in Haren onder druk en ook de belangrijkste rafelrand, de Suikerunie, gaat veranderen omdat veel woningbouw gepland is op die locatie. En dat terwijl rafelrandjes ongelooflijk belangrijk zijn voor de lokale culturele keten. Zo is TikTok Tammo ontsproten op een rafelrand. En ook bedrijven als Van Hulley en Splindle zijn ooit begonnen op een rafelrand.

Of zoals de gemeente het noemt ‘een broedplaats en huisvesting van maatschappelijke functies uit de kunst- en cultuursector’. Wethouder Rik van Niejenhuis van PvdA vertelt aan Dagbad: ,,Het is beeldbepalend voor de stad. Er is een tekort aan bedrijfsruimte voor creatieve bedrijven. Het gebouw moet bewaard blijven. Je moet je verleden niet uitgummen.”

Geen wonings, wel cultuur

De woningnood wordt er overigens niet groter van. Want woningbouw in de fabriek is uitgesloten. Volgens de gemeente zijn er voldoende andere locaties beschikbaar voor het bouwen van huizen.

Lees hier ons pleidooi om van Niemeijer een creatieve broedplaats te maken en waarom de gemeente rafelranden moet koesteren.

Door Lies Jansen