Belgische krant De Standaard lyrisch over Groningen: “Deze stad verrast enorm en wordt steeds beter”

Groningen toerisme

De Belgische krant De Standaard bezocht Groningen voor een serie over reizen in Europa. Conclusie: de stad is een verrassing in het Noorden van Nederland. ‘Een beetje Gent in Nederland’.

Het duurt even voor Groningen zich helemaal prijsgeeft, maar zodra dat gebeurt, is het genieten. Veerle Windels ontdekte groene hofjes, bruine kroegen, indrukwekkende architectuur en hedendaagse kunst.

Hieronder staat het eerste gedeelte van het artikel. Het complete verhaal staat op Dvhn.nl

De Standaard over Groningen

‘Voel je hoe geweldig deze plek is?’ We staan in de nok van het Grand Theatre en Mark Yeoman is in zijn element. De voorbije zes jaar zette hij als artistiek leider dit theater opnieuw op de kaart en al veel langer leidt hij het plaatselijke kunstenfestival Noorderzon in goede banen. Vanuit de ene ooghoek zien we de eerste zitjes van het publiek, vanuit de andere een flink deel van de houten bühne – door corona is hier al een jaar niet gespeeld en dat zal nog even zo blijven.

Yeoman is een aangespoelde Groninger. In 2001 ruilde hij Brussel voor deze stad, omdat zijn Vlaamse echtgenote er een job had gevonden. Groningen zei hem hoegenaamd niets. Maar samen gingen ze de uitdaging aan. En kijk: de liefde voor wat intussen hun thuis is geworden, groeit met de dag. ‘Na twee dagen denk je het door te hebben’, zegt Mark. ‘Groningen is een dorp. Je loopt er voortdurend tegen dezelfde mensen aan. Tot je een paar maanden later het hele plaatje hebt gezien: Groningen is eveneens een stad waar je, zeker vandaag, de ambitie van velen voelt. Creatievelingen kunnen hier helemaal hun ding doen. Deze stad kan je zo verrassen. Wat mij betreft, wordt het steeds beter. Ik hou nog steeds van Brussel, maar in Nederland is Groningen de stad waar ik wil wonen. Elders praat men luidop voor men in actie schiet. Hier gaat men er gewoon voor.

Een beetje Gent in Nederland

Yeoman hoeft me niet te overtuigen. Ik heb hier al vaker een paar dagen vertoefd en telkens weer laat de stad zich als een ui laagje voor laagje pellen. Van die eerste keer, meer dan twintig jaar geleden, herinner ik me een heerlijke  hofjeswandeling , de zonnewijzer in de rustige tuin van het Prinsenhof en de exuberante architectuur van het toen net geopende Groninger Museum. Intussen is dat museum een internationaal succes: niet alleen oogt het gebouwencomplex nog altijd als een bont architecturaal allegaartje, de Bowie-expo kwam hier als eerste en in 2023 mag  Unzipped .  The Rolling Stones  nog eens op de affiche. Vorig jaar was die expo al eens vier weken open, maar door corona moest ze toen weer dicht.

Groningen doet Mark Yeoman aan Gent denken. Omdat de stad pas de laatste jaren uit de schaduw is getreden van grotere steden en vaak geprangd zat tussen plekken die net iets harder konden roepen. Er zit wel waarheid in, ook om andere redenen. Groningers zijn kritische burgers die zich niet makkelijk laten meeslepen door de waan van de dag. Toen het ontmoetingscentrum Groninger Forum in november 2019 de deuren opende, kreeg het vooral de wind van voren. Inwoners vonden de kostprijs van 140 miljoen euro te duur en wisten het hoekige volume en de vele roltrappen niet meteen te appreciëren. Dat ze op die manier wel een aardig architectuurproject in huis haalden, zal misschien meegespeeld hebben toen ze het later toch aanvaardden.

‘We voelen de laatste jaren wel dat de zin voor innovatie en verandering groeit’, zegt Yeoman nog. Hij zal het later nog anders formuleren: ‘ We are as beautiful as we are ugly , we zijn even lelijk als mooi.’ Dat kan sowieso van veel steden gezegd worden, maar is zo waar als het Groningen betreft. Het ene moment sta je ontroerd te kijken naar een authentiek steegje, maar minuten later word je weer getroffen door de absolute lelijkheid van een doordeweekse winkelstraat.

Net als Gent kan Groningen prat gaan op een boeiende geschiedenis, die zich in zowat elke steeg of straat openbaart. Als een van de Hanzesteden domineerde Groningen goed 700 jaar lang de handel in Nederland. Alleen al de Martinitoren, het herkenningspunt voor wie meestal verloren loopt in steden, gaat terug tot de vijftiende eeuw en symboliseert de welvaart en trots uit die tijd. Aan de oude pakhuizen langs het Diep (check even de huizenrij op de Hoge der A) is het nu rustig, maar wat moet het daar een bedrijvigheid zijn geweest, toen schepen van zowat overal hier eeuwen geleden hun waren kwamen lossen en laden. Nu zitten in die peperdure lofts reclamebureaus en architecten, terwijl op de benedenverdieping gelukkig al eens een café met terras (oef!) opduikt. Passeer ook eens langs de hal van het Hoofdstation Groningen, een plek die dateert van 1895, helemaal gerestaureerd werd en mij alvast echt van mijn sokken blaast. Aangezien het aan de overkant van het Groninger Museum ligt, kun je hier spreken van een heerlijke, architecturale juxtapositie. Twee werelden die tegengesteld zijn, maar wel naadloos in elkaar overlopen: ook dat is Groningen.

Studentenstad

Het Groningen van vandaag heeft nog veel weg van de originele 11de-eeuwse lay-out van de stad, maar tegelijk is het de jongste stad van Nederland, wat uiteraard – en daar is die vergelijking met Gent alweer – te maken heeft met de vele studenten. Vijftien procent van de 200.000 ‘ Stadjer ’ (want zo heten de inwoners) zou internationale roots hebben – en velen zijn na hun studies blijven hangen. Hier werd de universiteit in 1614 ondergebracht in het klooster van de Minderbroeders. Je kunt er nauwelijks omheen: net als in andere Hollandse steden word je hier bijna van de weg gefietst en tijdens het wandelen hoor je alle Europese talen door elkaar – niet meteen van toeristen, wel van studenten.

Lees meer op Dvhn.nl

Psst, hier meer afleiding: