Column – half uurtje Grunn en het vertrouwen in de mensheid is hersteld

Foto van Misha Pchenitchnikov

Het zijn woelige tijden, om er maar eens een cliché vanjewelste tegen aan te gooien. Global warming, massale insectensterfte, stikstof, corona, Trump, Putin, Erdogan, Brexit, enorm veel oorlog in de wereld en dus ook vluchtelingen, bevings, ongebreidelde woede op social media, boze boeren, anarchistische Gele Hesjes die de macht willen grijpen, anti-vaxxers en ga maar door. Soms word ik er bijna depri van worden. Maar gelukkig ben ik in Groningen.

De stad waar deze problemen niet of amper spelen. De stad waar men oog voor elkaar heeft en gewoon normaal doet (over het algemeen). De stad waarin vrijheid het hoogste goed is. De stad die zijn eigen boontjes wel dopt. En de stad die opborrelende lamlendigheid, vanwege alle ellende in de wereld, in dik een half uur ver naar de achtergrond drukt. En in plaats daarvan een enorme glimlach op mijn gelaat en ziel tovert. Dit leest allicht weemoedig en emotioneel. Dat is het ook. Want dat is wat Groningen van de week met mij deed in 45 minuten, tijdens een simpele zoektocht naar baklava en pizza.

Van vluchteling naar Stadjer

Ik haal pizza op, is de afspraak. Bij Giorgio, de foodtruck op de hoek van de Westerbinnensingel. Volgens lezers worden daar heerlijke deegschijven gebakken en verdient Giorgio wat aandacht. Maar niet voordat ik bij Fig & Olive naar binnenstap in de Nieuwe Eb. Daar verkopen ze baklava en dat is precies waar ik mijn vriendin enorm blij mee kan maken. Als ik naar binnen stap, zie ik een bekende. Een Syrische gast met wie ik vijf jaar geleden kerstavond heb doorgebracht. Zijn verhaal is diep treurig. Gevlucht uit Aleppo waar de bommen vielen alsof het regen was. Weggetrokken bij zijn familie en alleen met zijn broer op pad naar een betere toekomst.

Tijdens de vlucht raakte hij zijn broer kwijt en uiteindelijk kwam hij na een ongelooflijke reis vol horror helemaal alleen aan in Groningen. Vijf jaar later heeft hij zijn eigen huisje, een Syrische vriendin die hij heeft ontmoet in het opvangcentrum en die net is afgestudeerd, zijn eigen cateringbedrijfje en dadelijk zijn eigen restaurantje. Want hij is in Fig & Olive druk bezig om een keuken te bouwen met een klein eethoekje. “De markt voor catering is ingestort dankzij corona, dus ik ga hier nu een restaurant openen”, vertelt hij in perfect Nederlands. Hij glundert ervan.

Hartje Groningen

En hij is erg gelukkig in Groningen. “Deze stad is zo fijn. Ik ben echt van Groningen en Groningers gaan houden. Het voelt als thuis. De mensen zijn hartelijk, de geschiedenis interessant, de gebouwen en pleinen mooi. Ik ben heel erg gelukkig.” Het is hem zo gegund, na alle dood, verderf en andere ellende. En hij vertelt dat zijn ouders nog steeds leven. Dat was een paar jaar geleden nog de vraag, omdat communicatie amper mogelijk was en dagelijks bommen vielen op hun wijk. Maar ze leven. “De economie is volledig verwoest in Syrië, maar ze zijn er nog. Dat is het belangrijkste. Vanuit Nederland en Duitsland (waar zijn broer is geëindigd bleek later) proberen we ze te ondersteunen door wat geld te sturen.”

En dat zijn dus geen knaken die hij zomaar krijgt van de staat. Dat is geld waar hij knetterhard voor werkt. Zo fijn om te horen dat ik met veel meer bonbons en baklava de winkel verlaat dan de bedoeling is. Op naar Giorgio. Of beter gesteld: op naar Mikael, de Egyptenaar die 18 jaar geleden naar Groningen is gevlucht en nu een foodtruck heeft waar hij verdomd goede pizza’s voor een nog betere prijs bakt. Net als de Syriër is Mikael verliefd geworden op de stad die hem alles geeft. Vrijheid, eten, veiligheid, een dak, bed, vrienden en menselijkheid. Al dat geluk heeft een glimlach op zijn gezicht gebrand die zeer aanstekelijk werkt. “Ik ben hier zo gelukkig. Ik ben vrij. Ik bepaal zelf wat ik doe. En ik hou van de mensen hier. Beter wordt het leven niet.”

En zo is het. Beter wordt het leven niet dan leven in Groningen.