De toon van het ‘debat’

Toon van het debat

Ik ga het er toch nog maar eens over hebben. De toon van het debat. Of eigenlijk: het gemak waarmee mensen primaire reacties en onverholen bedreigingen mijn kant op slingeren. In deze ogenschijnlijk overspannen samenleving.

Uiteraard: de maatschappij is niet louter wat we zien op sociale media. Maar ik vrees dat de twee ‘grootheden’ elkaar inmiddels niet veel meer ontlopen.

Vandaag plaatste ik een post. In de reacties ging het al snel over genocide (want zo werkt dat online). Iemand zei dat we ons moesten schamen voor de politionele acties van weleer. Dat we onze eigen genocide niet moesten vergeten. Ik zei dat een politionele actie niet meteen een genocide is. De discussie emmerde nog even door en voor ik het wist was ik een racist. Meteen werden er screenshots gemaakt en her en der op internet gezet.

Prima verder, ik lig er niet wakker van. Als mensen je willens en wetens verkeerd willen begrijpen om hun eigen stokpaardjes en slachtofferschap uit te kunnen leven: u doet maar. Maar het is wel weer tekenend voor de sfeer op het internet.

Toen ik het waagde om kanttekeningen te plaatsen bij het geweld van asielzoekers was ik een vieze, vuile NSB’er. Een landverrader. Die over niet al te lange tijd aan de beurt zou zijn. Als Geert Wilders aan de macht is uiteraard. Altijd maar weer wachten op de macht van de PVV.

Dat je als journalist probeert het echte verhaal te vertellen en daarom een poging doet om naar alle aspecten te kijken, blijkt ineens een achterhaald idee. De lezer wil blijkbaar zijn eigen wereldbeeld terugzien in de publicaties. Anders deug je niet en moet je te vuur en te zwaard worden bestreden. Geloof mij, ik zie vrijwel dagelijks de mailbak van het grootste nieuwsmedium van Nederland. Het is er lang niet altijd feest, zullen we maar zeggen.

Toen ik weigerde om zonder rechterlijk oordeel aan te nemen dat voormalig topambtenaar Joris Demmink schuldig is aan het ‘verkrachten, vermoorden en aan stukken snijden van duizenden baby’s’ was ik een handlanger van de pedofielen. Sterker nog: ‘het bloed van de verkrachte en vermoorde kinderen kleeft aan mijn handen’. Een andere strijder tegen het onrecht schreef in een weblog dat hij zeker wist dat mijn ex een einde had gemaakt aan onze relatie omdat ik ‘een van mijn kinderen seksueel had misbruikt’. Zie je nou wel? Het bewijs dat ik een pedofiel ben! Zonder scrupules. Zonder schaamte. Zonder na te denken over de gevolgen voor een gescheiden vader gewoon op het net gekwakt. De eigen frustratie kwijt. Wat het voor een ander kan betekenen doet er niet toe. Pak aan, jongen!

Toen ik weigerde aan te nemen dat een oudere man zonder enige reden door een woningbouwvereniging en een rechter dakloos was gemaakt, bleek ik een vieze handlanger van een misdadige criminele organisatie. Een volksverlakker. Een hoernalist van het zuivere water. De man plaatste telefoongesprekken en filmpjes van mij op zijn site. Wie niet wil luisteren, moet maar voelen.

Allemaal onschuldig, zegt u? Wellicht. Maar wat moet ik denken van die berichten in mijn inbox? Van mensen die wel even mijn kop zeggen te gaan verbouwen? Dat ik maar goed om mij heen moet kijken voortaan? Dat ik beter dood zou kunnen zijn? Dat Allah mij op zeker zal straffen?

Natuurlijk. Het is maar online. En ik kan ook niet zeggen dat ik er wakker van lig. Ik ben wel wat gewend en blaffende honden bijten niet. Maar zijn we onder de heilige noemer van dat eeuwige benoemen niet wat te ver doorgeschoten? Waar is het aloude met respect uitwisselen van gedachten gebleven? Waar is de beschaafde wachttijd voor we vanuit de heup onze giftige pijlen op elkaar afschieten? Waarom moeten er schandpalen komen uit pure onmacht, omdat je een simpele discussie niet kunt winnen?

Natuurlijk. Ook ik heb boter op mijn hoofd. Uit onvrede over het onbegrip en de niet aflatende domheid van sommige reaguurders reageer ik uit balorigheid ook wel eens wat merkwaardig. Zeker waar. Maar de grenzen die sommige mensen voortdurend en met zichtbaar genoegen overschrijden, zijn symptomatisch voor een tijd waarin de ander beschadigen niet alleen een middel, maar ook het doel blijkt te zijn.

Door Chris Klomp – journalist met stevige wortels in Stad, maar tegenwoordig vooral werkzaam in de randstad voor Algemeen Dagblad en BNR Nieuwsradio. 

Psst, hier meer afleiding: