Van die dingen: He-le-maal uit Groningen

Ik ben op een feestje in een stad waar ik niet woon, met mensen die ik niet ken. Mijn spullen heb ik op de bult van jassen in de overloop gegooid en loop naar de thuisbasis van elk feest: de keuken. Een meisje doet een stap opzij, zodat ik de koelkastdeur open krijg en ik mijn enige vertrouwde vriend Drank kan begroeten.

Met Drank aan mijn zijde, loop ik de drukke woonkamer binnen en plof ik op een bank, die daar zeer ongeschikt voor is. Terwijl ik een comfortabele houding probeer te vinden op de matras-op-pallets-constructie, draait een meisje zich naar me om en vraagt of ik het labeltje van haar truitje goed wil doen. Dat wil ik en we beginnen te praten.

“Wat een mooi truitje.”

“Ja hè? Ik ben er ook super blij mee! Jij hebt ook een leuke trui. Ik houd wel van die hele edgy-vibe die je uitstraalt.”

“O, dit is meer een kringloop-vibe.”

“Te gek! Ik looove echt second hand! Ik heb dit truitje uit een vintage boetiekje helemaal in West.”

“En daar woon je niet?”

“Nee joh! Ik woon in Oost. Al jaren. Ik voelde me zó raar in West. Gewoon ontheemd ofzo! Echt bizar. Ik heb hier altijd al m’n dingetjes, dus ik kom haast nooit op andere plekken in de stad. Waar kom jij eigenlijk vandaan?”

“Ik kom uit Groningen.”

“Ja oké, maar woon je nu dan?”

“In Groningen.”

“Maar, huh? Nog steeds?”

“Ja.”

“Nieeeet! Echt niet!”

“Toch is het zo.”

“Huh? Maar je bent supertof!”

“Dankjewel, denk ik.”

“Neeee, ik het geloof het niet hoor! Maar je hoort er helemaal niks van! Wacht even.”

Het meisje met het mooie truitje draait zich om en zwaait druk naar een jongen met een grote snor die in de vensterbank zit.

“Sjuul! Sjuul! Kom even! Hoe heet je eigenlijk?”

“Lara.”

“Sjuul, Lara komt he-le-maal uit Groningen!”

De jongen met snor is inmiddels uit de vensterbank gekropen en staat tegenover ons.

“Nieeeet! Serieus?”

Ik haal mijn schouders op en glimlach wat ongemakkelijk.

“Ja bizar hè? Ik geloof het nog steeds niet!”

Het meisje met kijkt me met grote ogen aan. 
Ik onderneem mijn dertigste poging om een fijne zithouding te vinden en zoek steun bij mijn grote vriend.

“Toch is het nog steeds zo.”

“Laat je ID-kaart eens zien dan!”

“Liever niet.”

“Waarom zou iemand daar ook over liegen, doos?”

De jongen met de snor geeft het meisje met het truitje een por en ze schieten in de lach.

“Waar kom jij dan vandaan?”, vraag ik het meisje als de grote lachgolf langzaam wegebt.

“Utrecht. Maar die stad is echt te klein geworden voor me.”

“Ja?”

“Ja, joh! Op den duur heb je het allemaal wel gezien. Nee, ik pas daar niet meer hoor.”

“Kom je er nog wel eens dan?”

“Ja, even ouders hoi zeggen weet je wel. En ook wat oude vrienden. Sommige zijn dus nooit de stad uit gegaan. Ik heb dan toch zoiets van ja, oké, your choice weet je wel, maar waar heb je het dan nog over hè?”

Dat ik mij dat nu op dit moment ook afvraag, houd ik maar even voor me. Met een mijn-blaas-staat-echt-op-knappen-smoes klim ik moeizaam uit de matrasbank.

Ik vis mijn spullen uit de jassenbult en kijk op mijn telefoon. De laatste trein haal ik nog. Ik trek de deur achter me dicht en ga naar huis. He-le-maal naar Groningen.

Door: Lara Harbers, Lara is opgegroeid in Groningen, was werkzaam als docent en nu actief als freelance presentatrice en schrijfster. Lara speelt elke week Rummikub, komt tot rust in kringloopwinkels en schrijft brieven met haar vierkleurenpen. Voor Sikkom schrijft ze stukjes, zonder pen, op een laptop. Over twee weken weer een nieuwe “Van Die Dingen”

Jou ook iets opgevallen? Iets meegemaakt? Of moet je gewoon wat kwijt? Mail ons je columns, video’s of ander leuks!