Een ode aan Stadsmuzikant Moti

Ik kom uit Bedum, kan ik ook niets aan doen. Maar gelukkig ga ik wel al op jonge leeftijd naar Groningen. Shoppen met moeke, en later, als ik een jaartje of twaalf ben, met vriendjes de stad in.

Veel weet ik er niet meer van. De tijd vervaagt de herinnering. Alcohol en THC dragen daar ook aan bij. Maar als ik mijn ogen dichtdoe en de krochten van mijn geheugen induik, dan komen verschillende beelden naar boven.

Als ik denk aan Stad, dan hoor ik muziek

Een zwerver die mijn fietssleutel wil hebben om een leverworst open te maken. Bezoekjes aan de legendarische Riksbioscoop. Rondvaart op de grachten met opa en oma. Maar de sterkste, prilste en mooiste herinnering aan de stad is niet een gebouw.

Niet een zwerver. Niet de goedkope bioscoop. Niet de Martinitoren. Nee, als ik mijn ogen stijf dichtknijp en denk aan vroeger en Groningen, dan hoor ik muziek klinken door de straten van Groningen. Dan hoor ik fantastische klanken, dan waan ik me bij het concert van een wereldster.

Dan zie ik grijze en witte manen, die gevangen door de wind, ritmisch bewegen op de maat van de drums, de mondharmonica en de gitaar. Dan hoor ik de doorleefde, maar harmonieuze stem, waarin Bob Dylan, Johnny Cash, Neil Young, Kenny Rogers, James Brown en Willy Nelson samenkomen.

Als ik aan mijn eerste stappen in Stad denk, dan zie ik me staan, vol ontzag kijkend en luisterend naar Moti. Moti is rock’n roll, Moti veroert, ontroert en geeft de Stad kleur. Ik vraag me dan al af waarom deze man op straat speelt en niet op de grote podia van de wereld.

Stad houdt van Moti en Moti houdt van Stad

Jaren later rockt Moti nog steeds op de straten in Groningen. En nog steeds als ik aan Groningen denk, denk ik aan de Martinitoren, het Stadhuis, FC Groningen, het Hoge en Lage der Aa, de jonge bruizende en vrije stad, maar vooral aan Moti.

De straatmuzikant is niet alleen de stem van de stad geworden, Moti is de stad geworden. Of hij zich dat ook beseft vraag ik hem gisteravond bij de opening van EMG waar hij weer fantastisch speelt. Hij kijkt mij onder zijn prachtige haardos met hondstrouwe ogen aan. Ik zie een twinkeling als hij begint te praten.

“Ik ben overal geweest. Heb overal geleefd. Maar Groningen is mijn thuis en juist vanwege dit soort reacties speel ik op straat en niet op de grote podia. Ik hou van Groningen, en als Groningen van mij houdt, waarom zou ik dan weggaan?”

Ik kijk een tijdje in zijn ogen en geef hem dan een snelle knuffel. De liefde voor Stad gaat diep en dat komt mede door Moti. De man die de Stad alles geeft, maar daar zoveel voor terugkrijgt dat hij nooit meer weg wil. Dat stemt mijn Groninger hart intens gelukkig.

Door: Willem Groeneveld

Moti

Moti speelt, terwijl Sikkom filmt

Psst, hier meer afleiding: