Flink Boodschappendienst in Stad is vooral flink illegaal bezig en flink onbeschoft

Rechts zit Flink aan de Oosterstraat (net voor Goudinkoop). Op de stoep staan de fietsen van de bezorgdienst, ze nemen het hele parkeervak en meer in bezit. Foto van Jan Willem van Vliet

Flink Boodschappendienst moet, zoals concurrent Gorillas al langer doet, Groningen veroveren. Dat belooft het Duitse bedrijf al enige tijd en na wat opstartproblemen lijkt het er eindelijk van te komen. Aan de Oosterstraat heeft Flink een winkel geopend en de eerste bestellingen rollen mondjesmaat door Stad. Maar er is een probleem. Wacht, er zijn zelfs twee problemen.

Heet hangijzer één is het fietsparkeerverbod in de Oosterstraat. Om te voorkomen dat de binnenstad wordt opgeslokt door stalen rossen en de brut een beetje ruim begaanbaar blijft met het oog op corona, heeft de gemeente de Oosterstraat fietsvrij verklaard. Althans: je mag er nog wel doorheen klappen op je barrel, maar parkeren mag alleen in de speciaal aangewezen vakken. Daar zijn er een handvol van in de straat. Staat de fiets niet in het vak, dan kan die worden weggesleept.

“Ik ben er niet blij mee”

De stoep voor Flink wordt volledig in bezit genomen door de elektrische fietsen van de bezorgdienst. Sommigen staan keurig in het vak, maar net zoveel niet. Dat zorgt voor frustratie bij andere winkeliers. “Het is jammer voor de straat. Het is hier zo mooi met leuke winkels en een prachtig hotel. De etalage ziet er niet uit, met een paar drankflessen ervoor. De medewerkers zitten ook vaak voor de deur te roken. Gisteren stond heel de dag een container voor de deur”, zegt de eigenaar van de Goudpunt, die naast Flink zit.

Zijn overbuurman, de eigenaar van hoedenwinkel H. Witting & Zoon, begrijpt niet dat de gemeente Flink toelaat. ‘Het is gewoon een depot. Je kan er niet eens naar binnen. Ik ben er niet blij mee. Het past niet in deze straat en zorgt voor veel drukte, en niet op de goede manier. Ze hebben nu nog zes fietsen, die ze al buiten de parkeervakken zetten, maar als het goed loopt dan worden dat meer.” 

Geen inschrijving bij Kamer van Koophandel

Volgens Flink is het beleid dat de fietsen binnen worden worden gehouden. Lindsey Davidson, woordvoerder van de firma: “We zullen erop letten dat dit ook gebeurt.” De vraag is hoe. Want de toko staat vol met stellingen waarop alle producten staan. Daar passen wel een paar fietsen bij, maar zeker niet allemaal en dan worden sowieso de gangpaden geblokkeerd. Daniël Schildknecht, advocaat bij De Haan Advocaten, vreest dat daardoor de vluchtwegen worden geblokkeerd. “Dat is in strijd met de vergunning en wetgeving, denk ik. Want als er brand is, moet iedereen zonder obstakels in de gangpaden het pand kunnen verlaten.”

Wat sowieso botst met de wetgeving is probleem twee: het ontbreken van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel op Oosterstraat 52, het pand van Flink in Groningen. Daniël: “Flink moet zich sowieso inschrijven bij de Kamer van Koophandel omdat het een BV is. Aan deze verplichting hebben ze voldaan. Maar ze hebben echter maar één vestiging geregistreerd, namelijk die aan de Dusartstraat 50 2 in Amsterdam. De vestigingen moeten echter ook worden opgenomen in het register, dus ook die aan de Oosterstraat. Dat is echter niet het geval.”

Reactie Flink

Dat is belangrijk omdat derden informatie over je moeten kunnen achterhalen als je onderneemt. Zo moet het telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres worden opgenomen, ook van de filialen. Daarnaast moeten de uitgevoerde activiteiten kort beschreven worden. Dat is dus allemaal niet het geval.” Maar, daar heeft Flink nog wel heel kort de tijd voor om het te regelen. “Het moet in elk geval één week nadat de eerste producten over de toonbank gaan, geregeld zijn. Maar in feite al zodra de eerste overeenkomsten worden aangegaan.”

Het pand van Flink in Stad. Eigen foto

Terug naar het hoofdkantoor van Flink, waar Lindsey behoorlijk lijkt te schrikken van deze bevindingen. Maar een antwoord heeft ze wel: “Ons hoofdkantoor en vestigingen zijn geregistreerd bij de KvK. We zijn bezig met de registratie van onze hub in Groningen.” Dat is mooi, maar klopt niet helemaal. De enige inschrijving die Flink in Nederland heeft, zit in een bovenwoning in Amsterdam. De filialen in Haarlem, Den Haag en Eindhoven staan allemaal niet ingeschreven en zijn al een stuk langer operationeel dan Groningen, dus die mogelijke week respijt is daar sowieso al gevlogen.

Het verhaal achter het verhaal

Uiteraard zijn we zelf gaan kijken bij de winkel in Groningen. Meerdere keren zelfs. Gister voor het eerst. De zaak ziet er sjofel uit. Op de stoep vullen een zes elektrische Flink-fietsen het hele parkeervak. Daarnaast staan nog meer fietsen. “Van de werknemers van Flink”, vertelt de buurman.

Door de grote etalageramen kijkt de voorbijganger zo een schmutzig magazijn in, met stellingen waarop producten staan, een aantal grote koelkasten, dozen, stoetjes en aan een kast hangende bezorgrugtassen. “Het is geen kijk”, sombert de buurman. Voor de winkel zitten een paar werknemers te pielen op de telefoon. Als ik uitleg dat ik journalist ben en wat vragen wil stellen, klinkt uit de zaak joviaal: “Dat is Groeneveld van Sikkom. Hahah. Voorzichtig jongens!”

Geen antwoorden

Vervolgens komt de gast erbij staan, wat tof doen en de getapte jongen uit te hangen. Maar vragen beantwoorden, wil hij niet. Ondanks dat hij mij jolig bij naam noemt, wil hij zelfs niet zijn naam geven. Wel schuift hij een dame naar voren, de manager, die wel vragen kan of wil beantwoorden. Of toch niet. Want ook zij heeft geen antwoorden. Ze bevestigt, in het Engels, louter dat de zaak inderdaad een paar dagen is geopend. Voor de rest van de vragen moet ik bij de directeur en hoofdkantoor zijn. Hoe ik die kan bereiken? Ze hebben geen idee, het nummer geven ze in ieder geval niet. “Zoek het maar uit, je bent toch journalist”, lacht de populaire dude. “Wij zijn niet verplicht om antwoorden te geven.”

Als ik voor het weggaan, opper dat het erop lijkt dat ze in ieder geval deels illegaal bezig zijn, omdat de fietsen op de stoep staan en er geen inschrijving is, wordt de dame vinnig. “Wat wil je”, snauwt ze. “Flink is een enorm bedrijf, daar zou ik niet zomaar wat slechts over schrijven.” De gast vult aan: “Misschien staan we wel om de hoek ingeschreven, weet jij veel.”

“Fuck off”

Een dag later volgt poging twee. Mede omdat het hoofdkantoor een beetje met meel in de mond lult, en niet wil doorverbinden met de manager van de ‘hub’ in Groningen. En omdat ik nog een keer goed wil zien of het mogelijk is daarbinnen ordentelijk wat fietsen te parkeren. Niet dus. En het gesprek loopt ook weer bijzonder onvriendelijk. Voor de deur hangen weer een paar jonge gasten. Eentje van hen haalt de manager op, belooft ‘ie. Door het raam heen zie ik dezelfde vrouw als gister, ze voert gesprekken met medewerkers. Maar plotseling is ze geen chef meer. “De manager is niet aanwezig.”

Dat is vreemd, zeg ik, want gister… Naja. Laat ook maar. Snel nog eem een foto maken als bewijs en gaan. Maar daar is de vrouw niet van gediend. Ze stevent boos naar buiten en schreeuwt dat ik geen kiekjes mag maken van haar personeel. Dat is ook niet de bedoeling, gaat om de stellings, maar zo maakt ze in haar emotie wel per ongeluk duidelijk dat ze dus wel de baas is. Haar personeel, immers. Daarom nog een keer vragen: hoe zit dit allemaal, weet ze dat veel dingen niet kloppen en wat daarmee te doen? Het antwoord is resoluut. “Waar bemoei je je mee. Fuck off.”

De gemeente komt nog met een reactie.

Door Lyanne Levy en Willem Groeneveld

Psst, hier meer afleiding: