Het bizarre verhaal van straatmuzikant Tjabo

Geluk zit in kleine dingen. Ook vaak in onverwachte dingen. Zoals op een koude woensdagavond de Vismarkt oplopen voor wat boodschapjes en dan de vetste Bob Marley-klanken horen. 

De muziek komt van een straatmuzikant die op de trap voor de Korenbeurs zit. Net op het moment dat ik hem wat geld geef en begin met filmen, komt de politie eraan. “Zou niet de eerste keer zijn dat ze me een boete geven. 150 euro kost het als je op straat speelt. Maar zolang je filmt, doen ze niets,” vertelt Tjabo (44).

“Ik zag die Roemenen goed geld verdienen”

“De regels zijn heel eenvoudig. Je mag met vergunning van 09:00 tot 21:00 uur spelen op straat. Een kwartiertje op één locatie. Na 21:00 uur is er een grijs gebied. Er staat, zover ik weet, niets over opgeschreven. En als die man met zijn mondharmonica en constant geblèr over Groningen mag spelen, dan mag ik het ook.”

Daar heeft Tjabo een punt. Zijn muziek klinkt een stuk beter dan die van de bekende nachtelijke mondharmonicaspeler op de Grote Markt. En zijn gezang en gitaarspel is ook een stuk beter dan het gepingel van al die Roemeense straatmuzikanten, waar het straatmuzikantenleven voor Tjabo mee is begonnen.

“Ik zag die Roemenen en Bulgaren goed geld verdienen, en dacht: dat kan ik beter. Ik speelde weleens voor de lol in het Noorderplantsoen, maar nooit om euro’s te sprokkelen. Spelen met voor geld vind ik toch een soort van bedelen, daar houd ik niet zo van. Maar die gasten pakken zoveel geld, dat ik het wel moest proberen.”

Kruisboogpijl in zijn oog

En zo speelt Tjabo inmiddels al tijden op straat. En niet onverdienstelijk. Vooral Bob Marley-liedjes speelt hij fantastisch. Sinds 92 speelt hij al op de gitaar. Op dat moment is zijn leven nog dikke prima, maar dat blijft niet zo. In 1998 vertrekt Tjabo naar Groningen. Hij woont dan nog samen in Dronten, maar de relatie gaat kapot en hij vindt werk in de stad.

Hier ontmoet hij een nieuwe vriendin, maar ook die relatie houdt geen stand. En dan slaat in 2008 het noodlot toe. Op een ruig feestje gaat het mis. Een maat van Tjabo krijgt ruzie met een andere gast. De andere dude dreigt te schieten met een kruisboog en dus springt Tjabo ertussen. Dat had hij beter niet kunnen doen.

De man met kruisboog schiet een pijl zo in het rechteroog van Tjabo. “Is echt waar. Zoek maar op interneet. Het heeft zelfs op de Telegraaf gestaan.” Tjabo moet natuurlijk direct naar het ziekenhuis, maar doet dat volgens hemzelf niet. “Ik heb de pijl er uitgetrokken en ben verder gaan feesten. Ik was ongelooflijk dronken, ik had het niet allemaal door.”

Stelen of spelen, dat is de vraag

De volgende dag wordt pijnlijk duidelijk wat er die nacht gebeurd is. Tjabo wordt wakker met 43 graden koorts en kan niet opstaan. De ambulance komt hem ophalen en hij belandt op de intensive care in het ziekenhuis. Hij knapt weer op, maar blijft voor altijd blind aan zijn rechter oog. En dat heeft verregaande gevolgen voor Tjabo.

“Ik was dakdekker en stratenlegger. Doordat ik nog maar met één oog kan kijken, zie ik geen diepte meer. Levensgevaarlijk als je op het dak werkt en geen doen met stratenmaken,” en dus raakt hij zijn werk kwijt. En zijn woning. En eindigt hij op straat. Hij verblijft in slaaphuizen en speelt in de avonduren wat op zijn gitaar om wat geld te verdienen.

“Ik kan ook gaan stelen, maar ik speel liever gitaar. Het levert misschien niet zoveel op. Maar het is leuker om mensen blij te maken met een liedje, dan verdrietig te maken met een inbraak.” En dat spelen gaat hem best goed af. Hij krijgt er ook zelfvertrouwen van. En doelen in het leven. Zo meldt hij zich aan voor X-Factor en The Voice, in de hoop echt door te breken met muziek.

X-Factor en The Voice

Dat is er helaas niet van gekomen. “Ik woonde in die tijd in de opvang. Niet ideaal als je je wilt voorbereiden op X-Factor. Bij The Voice gaat Tjabo nog wel door naar de tweede ronde. Maar dan wordt hij geveld door een longonsteking. “Dat zingt voor geen meter, en ik herstelde niet snel genoeg van de onsteking door de omstandigheden waarin ik leefde. Daarom liet ik de tweede ronde schieten.”

En nu zit Tjabo op een koude woensdagavond prachtige Bob Marley-liedjes te spelen op de Vismarkt in plaats van in een dikke studio in Aalsmeer. Na het spelen gaat hij terug naar een vriend, bij wie hij tijdelijk in huis woont. “Hij heeft longemfyseen en kan bijna niets. Ik help hem bij alles in ruil voor onderdak.”

Of Tjabo in de toekomst ooit nog een gooi doet naar The Voice weet hij niet. “Ik moet eerst maar eens zorgen dat ik een woning krijg. Ik sta al vijftien jaar ingeschreven, maar de woningbouw weigert mij een huis te geven. Volgens de woningbouw heb ik begeleiding nodig. Maar volgens mijn maatschappelijk werkster kan ik prima zonder beleleiding wonen.”

Alles komt goed

Hij heeft wel een idee waarom de woningbouw hem weigert. “Ze hebben op de een of andere manier mijn dossier in handen gekregen. En ik ben niet altijd een lieverdje geweest. Ik heb nogal wat op mijn kerfstok. Ik begrijp wel dat ze ervan schrikken, maar zo kom ik er nooit uit. En het is toch raar dat de woningbouw die gegevens van me heeft? Hoe komen ze daar aan? Mag dat wel van de privacywetgeving?”

Na een klein half uurtje praten en notities zijn mijn vingers ijskoud. Mijn reet ook van de koude stenen trap waar we op zitten. Ik maak duidelijk dat ik naar huis ga, naar de warmte. Tjabo niet. Hij blijft maar lullen en als ik me heb losgemaakt van het gesprek en verderop mijn fiets van het slot haal, hoor ik dat Tjabo weer begint te spelen. Bob Marley weer, met ‘Everything is gonna be allright.’

Door Willem Groeneveld

Psst, hier meer afleiding: