Het verhaal van Chun, de Groninger die niet bestaat

 Chun, de man die niet bestaat Foto: Duncan Wijting
 Chun, de man die niet bestaat Foto: Duncan Wijting

Hij ademt, praat, lacht, is soms boos, dan weer verdrietig en radeloos. Hij piekert, slaapt slecht, verveelt zich, maakt eten of een praatje met de buren, hij kijkt filmpjes op YouTube. Hij is een man, woont in Stad en hij heeft ook een naam: Chun Sheng Yan. Geboren op 6 maart 1988. Toch is Chun een man die niet bestaat.

Wie niet bestaat, maar wel leeft, krijgt niks en mag niks. Je kunt je niet verzekeren, je kunt nergens heen als je pijn hebt. Er is geen eigen inkomen voor eten, niet voor kleding, of om huur te betalen. Officieel kun je nergens wonen. Werken is geen optie, want niet toegestaan. Nergens staat je naam. Ga je dood, dan wordt je niet uitgeschreven.

Het verhaal van Chun

Chun Sheng Yan woont in een kleine portiekflat die hem is gegund. Hij woont daar met Pukky en Kiwi, zijn twee katten. In de woonkamer staat een kast van Ikea, een ronde houten tafel, drie stoelen, een beeldscherm. Dat is het.

Chun heeft een verhaal. Het is een verhaal ook met hiaten, met gaten die in de verstreken jaren misschien wel zijn ingekleurd. Of groter zijn geworden.

Als kind wordt Chun, na een bezoek aan het graf van zijn moeder, ontvoerd van het Chinese platteland. Samen met een groep andere kinderen gaat hij op transport naar Europa. Overdag opgesloten in vrachtwagens of treinwagons, ’s nachts kilometers wandelen door de sneeuw. Uiteindelijk belandt hij als 15-jarige in de keuken van een Chinees restaurant in Gelderland of Brabant. Chun denkt dat dit zich rond 2003 afspeelt.

Achter het luikje

In het restaurant maakt Chun lange dagen. Zijn spaarzame vrije tijd brengt hij door in een opgesloten zolderkamer. Hij wordt geslagen en mishandeld, loon krijgt hij niet. Na vier jaar weet Chun, met dank aan de vrouw van de eigenaar, te ontsnappen. Ze bestelt een taxi voor de jongen en stuurt de chauffeur naar het politiebureau.

Onderzoek van de politie levert niks op, na twee dagen wordt hij naar een opvangtehuis in Leek gebracht. Na omzwervingen belandt hij, ergens in 2008, in Groningen. In Stad lijkt Chun veilig. Op het Noorderpoortcollege in Leek volgt hij Nederlandse lessen. Chun, inmiddels jonge twintiger, wil graag terug naar China, naar zijn vader. Maar om terug te kunnen keren heeft hij de hulp nodig van de Chinese ambassade.

Geen Chinees, geen Nederlander

Maar China wil hem niet omdat hij niet kan aantonen dat hij een Chinees is. Nederland wil hem niet omdat zijn verhaal niet wordt geloofd. Zicht op een oplossing is er niet. Chun wordt een levende dode.

Ieder mens heeft recht op een humaan leven. Het is een recht dat is verankerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voor Chun geldt dit recht niet. Omdat hij niet bestaat.

Een ambtenaar van de vreemdelingendienst had al eens een oplossing bedacht. Hij adviseerde Chun een vals paspoort aan te schaffen om daarmee asiel aan te vragen in Duitsland. Daar zou hij meer kans maken.

Maar Chun wil niet naar Duitsland. Hij wil geen vals paspoort kopen. Hij wil leven. In China. En als het niet anders kan in Nederland, in Groningen.

Lees het volledige en indrukwekkende verhaal van Rob Zijlstra over Chun op Dvhn.nl. Het is een plus-artikel, dus alleen leesbaar bij registratie (maandelijks vijf gratis artikelen om te lezen) of als je een abonnement op de krant hebt.

Psst, hier meer afleiding: