Ik nam mijn eerste XTC-pil en hield een dagboek bij

pil Willem 1 XTC dagboek

Vroeg in mijn puberteit, na veel te veel joints te hebben gerookt, besloot ik nooit een zwaardere drug te nemen. En nu, op mijn 35e, heb ik net een xtc-pil geslikt.

Om mijn nieuwsgierigheid te temmen. Omdat het volgens heel veel vrienden, die perfect functioneren in de maatschappij, de ultieme partydrug is. Omdat ik vrienden (in dit verslag K en N genoemd) om me heen heb die ietwat ervaring hebben en die ik vertrouw. Maar vooral voor het verhaal. Hoe is het? Om het om het verslag correct te maken, heb ik de hele nacht een dagboek bijgehouden met dictafoon.

Geen weg meer terug

Vrijdagavond, rond 22:30 uur op een festival in Stad. Enkele seconden geleden heb ik mijn eerste pil in mijn mik gegooid. Ik vind het retespannend. De mensen om mij heen ook. “Niet bang zijn, komt wel goed,” kalmeren ze mij. Kennelijk zien ze enige ongerustheid in mijn ogen. Dat klopt. Ik vraag me af wat er gaat gebeuren en of ik het wel had moeten doen. Maar er is geen weg meer terug.

Dus besluit ik het te accepteren. Ik zal er vast niet aan sterven. Vriendin K heeft deze pil vaker gehad. Ze is springlevend en alles behalve een junk. Integendeel. Ze floreert. Toch blijft de onderhuidse spanning mij kwellen. Een kwartier is voorbij. Volgens K werkt het pas na een half uur. Toch denk ik al wat te vernemen. Zoals de enorm ranzige smaak in mijn bek.

Mijn verschillende XTC-vibes

“Alsof ik drie aspirines heb geprakt met een banaan en dat heb doorgeslikt met veel te zwarte thee,” vertel ik het dagboek. De ranzige smaak gaat langzaam over in chronische misselijkheid. Er zijn meer pijlers onder mijn eerste XTC-roes die constant terugkomen, zoals: licht, liefde, intens geluk, water, paranoia en nare vibes, die net zo snel verdwijnen als ze opkomen.

Omdat het dagboek werkelijk alle kanten opschiet en er eigenlijk geen touw aan vast te knopen is, deel ik het verhaal op aan de hand van de verschillende vibes. Zoals het licht van de lampen en de maan. Het is indrukwekkend. Het prikkelt alle zintuigen. Meer dan alleen de ogen. Het licht is kleurrijk en overheerst alles. Meermalen schreeuw ik in mijn dagboek vol enthousiasme: “Check het licht! Kijk dan!”

Het licht

In het tweede bericht dat ik inspreek, een half uur na innemen van de pil, gaat het eigenlijk alleen maar over het licht. “Woooow. Vanmiddag dacht ik: de boel is niet af. Maar nu. Jezusssss. Al die lichtjes. Het is echt awesome. K ik ben echt in de warre. Het licht is verbluffend mooi. Ik heb het nog nooit zo bruut gezien. Ik ga er een foto van maken.”

De foto maken lukt niet want ik heb een flesje drinken in mijn handen. Ik vraag K om die vast te houden. “Dit is water. Heel belangrijk. Moet je goed bewaren,” commandeer ik haar. Toch boeit het water me eigenlijk niet. Want binnen een seconde ben ik het, volgens het dagboek, alweer te vergeten: “K! Check het licht! Je kijkt alleen maar naar mij, maar zie die lampen!”

Water is toch wel erg belangrijk

K wil van alles vertellen, duidelijk maken en weten. Of ik bijvoorbeeld ook klamme handjes heb. “Weet niet, ja, misschien, toch wel, jaaaaaa ik heb klamme handjes!” K weet dat er een festival is dat Klamme Handjes heet. Vanwege dit effect. Boeien! De lampen zijn toffer dus rep ik daar weer over. Totdat K het water laat vallen.

Dat is een kleine ramp. Ik word bijkans gek. “Jezus! Het drinken. Je laat het gewoon vallen. Wacht, ik pak het op. Wow, dat kostte veel moeite. Volgens mij heb ik net 17 buikspieroefeningen gedaan.” K moet hard lachen om mijn gemoedstoestand. Daardoor voel ik me lullig. Ik ben duidelijk het groentje. Daar word ik emotioneel, serieus, bleu, stil en een beetje verdrietig van, maar ik voel me ook vertrouwder dan ooit.

Liefde en vriendschap

Volgens K zijn zorgen niet nodig. Ze zegt dat ik helder overkom. “Jij houdt me helder,” zeg ik gedwee en emotioneel via het dagboek tegen haar. “Ik vertrouw je. Het voelt heel goed om nu tegenover je te staan. Echt heel goed.” Ik weet wel dat ik K erg mag. En haar vertrouw. En alles. Maar nooit zo gezegd. Nu is het gevoel ineens zo ongelooflijk sterk dat ik er week, maar ook intens gelukkig van word.

Het bekende effect. De emoties spuiten aan alle kanten eruit. Niet tegen stribbelen. Niet bang zijn. Ik sta tenslotte stevig in mijn schoenen. En ik heb het gevoel dat ondanks alle sterke emoties en indrukken, ik wel in controle ben. Dat geeft een onoverwinnelijk gevoel. Net zoals de liefde en vriendschap erg goed voelen. Het roert me diep. “Ik ben heel gelukkig,” vertel ik het dagboek en K.

Ongrijpbaar intens geluk

K vertelde al dat alles en iedereen liever wordt met XTC. Het klopt. Intens geluk omdat de pil de waarde van vriendschap er keihard inwrijft. Ik kan wel janken. Zo blij ben ik. Ik wil knuffelen, haar heel dicht tegen me aandrukken. Voor altijd verdwalen in dit ultieme moment. XTC kan veel, maar helaas niet de tijd stilzetten.

De opperste staat van blijheid, vanwege de juiste mensen om mij heen, komt vaker terug die nacht. Zo vertellen K, N en ik op de terugreis naar huis ineens dat we elkaar lief vinden en van elkaar houden. We menen het bloedserieus. En het moet gezegd worden. Liefde is er om te delen. Zeker met XTC in je bloedbaan.

Opspelende agressie

Toch ben ik niet de hele avond in een lieve bui. Soms schiet ik pardoes van liefde voor lichtjes naar: “Als ik Leo tegenkom, sla ik hem op zijn bek.” Leo doet namelijk al een tijdje bot. K: “Hij vindt mij een bitch.” Daar ben ik plotseling woest over. “Daarom gaan we echt niet naar Leo. Want serieus, ik sla hem. Jij bent lief en heel belangrijk. Leo moet niet zo tegen je doen. Ik sla hem echt.”

De nare vibe speelt vaker op. Telkens maar even, maar toch. Zo word ik ineens woest op de maatschappij. De pil bevalt erg goed en ik snap niet waarom er zo’n taboe op heerst. “Wat doet iedereen moeilijk,” foeter ik rond 0:00 uur in het dagboek. “Dit is fucking awesome. Zie die lasers, ik dacht gewoon dat het elektriciteitskabels waren, maar die zijn hier helemaal niet. Zo tof, en dan doet men zo fucked erover.”

Paranoia

Ook als we naar huis lopen, word ik plotseling boos. Ik spreek de telefoon in als we worden gestoord door harde bassen die uit een geparkeerde auto komen. “Godver. Wat doe je dapper met je Renault Twingo. Ik ben een podcast aan het opnemen. Verdomme. Ik gooi uit boosheid gewoon een fles water over me heen. Sjongejonge.”

Om te onderstrepen hoe vluchtig de hersenspinsels zijn: in dezelfde opname zeg ik ongeveer een minuut later: “Jeej, ik ben helemaal nat. Hoe kan dat?” Eerder die nacht word ik in de drukte met enige regelmaat paranoia. Dankzij Sikkom waan ik me soms een beetje een bekende Stadjer, maar nu wil ik niet herkend worden. Absoluut niet zelfs.

Draag je zonnebril ’s nachts

Zo zeg ik rond 23:30 uur tegen het dagboek en K: “Ik moet echt geen bekenden meer tegenkomen. Nee, echt serieus. Ik zie er misschien normaal uit, maar ik ben niet in staat om een normaal gesprek te voeren. Dat is niet erg. Is zelfs heel tof. Maar daarom zet ik mijn zonnebril op. Dan herkennen mensen mij niet.”

Dat mag niet van K. Het is middernacht. Het is superdonker. Wie gaat er nu zijn zonnebril opzetten, vraagt ze. “Ja, als jij dat zegt, dan doe ik dat niet. Jij hebt veel invloed op mij. Maar zie hoe fel al die lichten zijn. En ik wil echt niet herkend worden. Ik wil niet dat mensen naar mij toekomen met: hey Willem, Sikkom, alles goed, blablabla. En dat ik dan antwoord: ik zweef over het gebouw heen.”

Nog warriger dan normaal

Behalve paranoia, liefde, vriendschap, licht, nare vibes en intens geluk, ben ik bij tijd en wijle erg warrig. Getuige bijvoorbeeld de dagboekopname van 0:30 uur: “Hoezo zeg ik de hele tijd lief dagboek. Je bent gewoon een kuttelefoon. Met barsten in je scherm. Dat is gewoon kut. Maar euh, kutdagboek. Nee, je bent zo lief als ik je maak. Ik bepaal wat in je komt. Ik heb macht over jou.”

Ook rond 1:00 uur spreek ik een bijzonder chaotisch bericht in, als K vraagt naar welk cijfer ik de ervaring geef: “Een tien. Weet je wat bullshit is: als mensen een cijfer op de schaal van tien doen, dat ze dan een elf geven. Is het zelfde als: RTV Noord drinkt koffie op Facebook. Dat kan ook niet. Oh, hoor je die beats? We gaan naar binnen en dansen!”

Bericht van dronken W voor nuchtere W

Tijdens het dansen neem ik de laatste absurde podcast op: “Dit is een boodschap voor nuchtere Willem. Andere luisteraars zijn er toch niet, haha. Je moet The Americans kijken op Netflix. Echt hele vette serie. Onthoud dat: The Americans. Kijken!” Het bizarre is dat The Americans al de hele week mijn vaste serie is.

Rond twee uur ’s nachts lopen we naar huis. Tien minuten wandelen. We plakken op de vreemdste plaatsen stickers. K plukt bloemetjes die nu nog steeds shinen in de plantenbak van mijn leutje palmboom en we evalueren mijn trip, die op dat moment over het hoogtepunt heen is. Ik vind het awesome. En ben blij dat ik dit niet vijftien jaar eerder heb geprobeerd. “Dan was ik nu een junk. Echt. Zo tof.”

Evaluatie

De avond is een mix van heel veel impulsen, gedachten, impressies en intense momenten van geluk door vriendschap en liefde. Maar ook van plotseling opspelende paranoia en agressie. Telkens kort, maar toch. Zo ben ik normaal niet. Verder ben ik geen moment bang geweest. Geen seconde het gevoel gehad dat ik de controle verloor. Dat zorgt voor een gevoel van ongeremde zekerheid.

Maar het aller-, allermooiste van de trip is toch wel de intensiteit van alles. Van het licht. Van de muziek. Maar vooral van vriendschap en liefde. Dat roert zo hard, in de XTC-roes, dat meermalen de tranen van geluk in mijn ogen staan. Alleen maar omdat ik de mensen met wie ik ben enorm waardeer. Meer is er tijdens de trip niet voor nodig.

De onheilspellend lege kater

Hoe anders is dat de dagen na de eerste pil. Zoals nu. Het is zondag. Zo tof als het vrijdagnacht was, zo naar is de kater nu al twee dagen. Ik voel me alleen en leeg. Bijna verlaten. Ik mis de vrolijke mensen om me heen. Ik mis mijn logees. Ik mis de roes. Ik wil terug naar de nacht en voor altijd de tijd stilzetten. Voor eeuwig me verliezen in het geluk van vriendschap en liefde.

Maar het is zondag. De wereld om mij heen is desolaat en somber. Net als ik. Het enige dat vrolijk stemt zijn de opgenomen podcasts. Die brengen me voor even terug naar het moment. Die laten me voor even dat fenomenale euforische gevoel opnieuw ervaren. Die wrijven nog heel even de waarde van vriendschap en liefde erin. Maar voor de rest: nu is het niet leuk meer.

Door Willem Groeneveld

NB: dit is een persoonlijk verhaal dat op elk festival in binnen- en buitenland kan plaatsvinden.

Psst, hier meer afleiding: