Kickers Emden uit – legendarischer wordt een oefenpot niet

Kickers Emden FC Groningen 5

Emden uit 2012, een verhaal uit de oude doos. Maar wel voor het eerst dat ie uit de doos komt. Eindelijk verjaard en dus rijp voor publicatie. Niet dat het een naar verhaal is met ernstige misdragingen. Maar toch, niet alles kan door de beugel. Zeker niet naar de opvatting van de gemiddelde Dokkumer koorknaap.

Het is maar een oefenwedstrijd. Een paar kilometer over de grens en slechts tegen Kickers Emden, uitkomend in de Regional Liga Nord. Maar het is wel een Europees tripje, hartje zomer, je bent er zo en dus heel veel FC-supporters die een dagje Emden plannen. Wij ook. Maar waar de meesten met bus, trein of auto gaan, pakken wij de boot vanuit Delfzijl.

Niet zomaar een boot. Twee übersnelle reddingsboten van Ubels Offshore. Boten die to the rescue zijn of worden ingezet om bijvoorbeeld in rap tempo technici van en naar bepaalde baggerschepen te brengen. Nu brengen ze een groep van 24 FC-supporters naar Emden. Keer wat anders. Voor zowel de schippers als supporters. De heenreis verloopt voorspoedig. Beste snelheid, in de haven al, maar helemaal op open zee.

En een beetje bouncen over elkaars golfen heen. Awesome. Zelfs de stoerste gasten aan boord, en daar zijn er veel van, zijn onder de indruk. De veertig minuten durende vaartocht naar hartje Emden vliegt voorbij. Terwijl de boten rustig de laatste paar mijlen van open zee naar de haven van Emden varen, wordt aan boord volop gedronken en geblowd. Zoals het hoort tijdens away days. Maar niet iedereen kan daar even goed tegen.

Aan wal hebben sommigen last van zeebenen. Eentje van versteende benen, niet door de zee, wel door de wiet. Minutenlang, voor zijn gevoel moeten het uren zijn geweest, zoekt hij houvast bij zijn enige vriend: de regenpijp. Niemand kan hem bereiken. Praten heeft geen zin. Op de schouder tikken ook niet. Totaal geen reactie. Alleen maar innige liefde met de troosteloze pijp.

Schrale troost voor de stoner: het wordt nog veel leiper die dag. Vrij snel al. Aangekomen in het centrum van Emden blijkt dat het stadje is overgenomen door FC-supporters. Elk restaurant, elke kroeg, elk terras en het centrale plein bij de oude haven is gevuld met Groningers. Er wordt gezongen. Er worden spandoeken opgehangen. Er wordt straf gezopen, want het is warm. En er wordt gesnoven. Door Johan bijvoorbeeld.

Terwijl ongeveer honderd FC-supporters in de kroeg ritmisch op tafels en slaan vol overgave “This is the worst trip I’ve ever been on,” zingen, wandelt Johan uit de wc. Binnen enkele tafels heeft hij bonje met andere FC-supporters die chill zitten te bieren. Ik ken ze, weet dat die gasten niet de kwaadste zijn en zie aan Johan dat ie lam, en dus irritant is. En hij is meer dan smoor blijkt als ik dichterbij kom om te zalven.

Johan heeft gesnoven. Zoveel is wel duidelijk. En niet een klein beetje. De coke zit in zijn snorharen, in zijn baardharen, in zijn wenkbrauwen, in zijn bakkebaarden, in zijn oprukkende haargrens, werkelijk overal zit wit. Het lijkt wel alsof hij erin geniest heeft in plaats van gesnoven. Ik stuur hem terug naar de plee om zich te fatsoeneren, zeg sorry tegen de gasten aan tafel en bedenk me dat ik Johan goed in de gaten moet houden.

Als gastheer, althans, als regelaar van de boten voel ik me toch een beetje verantwoordelijk. Best pittig met zoveel haantjes, die tot het uiterste worden gedreven door drank (allemaal), coke (niet allemaal), wiet (niet allemaal) en vooral groepsdruk (allemaal). Daarboven op: ik en regelen, dat is vragen om problemen. En die komen. Van Peer. Peer is een mooie vent. Altijd in voor jolijt. En gegarandeerd idioterie met hem, zeker als hij dronken is.

Loopt in zeven sloten tegelijk en wordt dan een dag later teruggevonden in een van die sloten. Of in het ziekenhuis. Hij heeft namelijk iets met zijn bloed. Dat stolt niet. De combinatie met alcohol, waardoor het bloed dunner wordt, is al eerder funest gebleken. En zo ook weer in de Duitse havenstad. Tijdens de soort van mars van alle FC-supporters naar het stadion stapt hij in een stuk glas.

Emden uit FC Groningen 3

Bloeden als een idioot. Vriend Gerard ontfermt zich over Peer, die doet dat vaker. Schijnt zelfs in Peers telefoon te staan als ‘bellen in het geval van nood’. Wat in Peer zijn geval met enige regelmaat voorkomt. Gerard is inmiddels ervaringsdeskundige. Dus ik hoef me geen zorgen te maken, maar kut is het wel. Gelukkig bemoeien de vriendelijke ME’ers zich ook met de zaak. Ze regelen een ambulance die beide heren meeneemt.

Het enige dat Peer achterlaat is een enorme plas bloed waarvan de vlek nog steeds zichtbaar is. In het ziekenhuis gaat alles prima. Althans Peer wordt vakkundig geholpen maar prettig is het niet. De wond doet pijn en in het ziekenhuis is geen bier. Dat is het ergste. Naar verluidt echoot Gerard zijn zoektocht naar bier nog steeds na in de Emdense ziekenhuisgangen: “Wo ist das bier hier im Krankenhaus!?!”

Later die dag sluiten beide gasten weer aan, maar de wedstrijd hebben ze gemist. Niet dat ze daarmee veel voetbal hebben gemist. Groningen speelt dramatisch. Maar ze hebben wel een hoop theater gemist. Zoals al eerder geschreven: het is warm in Emden. Volop zomer. En brandende zon. Zeker in het stadion waar geen zuchtje wind is en FC-supporters met ruim 500 man een kleine tribune achter de goal bevolken.

Achter de tribune is de biertent en een beetje schaduw. Op de tribune sta je schouder aan schouder te happen naar lucht. Dus wordt er getapt. Volop. Zo hard dat voor rust de complete biervoorraad op is. Niet handig met 500 dorstige Groningers. Die pikken niet zomaar dat het gerstenat op is. Zeker niet dat de rolluiken van de bierkar naar beneden gaan. De sfeer wordt grimmig, de bierkar is de Sjaak.

Geen bier is voor mij, en velen met mij, reden om het stadion te verlaten. Kutvoetbal, veel te warm, dorst en de best wel leuke binnenstad, wel met bier en met een verfrissend briesje vanaf zee, wacht. Als een behoorlijke groep het stadion verlaat, probeert de stadionspeaker de boel te sussen: “Freunden aus Holland. Ruhig bitte. Gleich kommt neues bier.”

Kickers Emden FC Groningen 5

Foto geleend van FCGOnline

In het centrum wordt verder geborreld. In een nog hoger tempo. Want de tijd begint te dringen. De boten terug wachten niet. De schippers zijn terecht streng. We moeten de laatste sluis halen, anders zijn we opgesloten in Emden. Dat wil niemand. Maar te lang wachten voor de laatste sluis met ongeduldige en dronken FC-supporters aan boord, wil ook niemand. Toch gebeurt het.

Het tijdsschema is iets te strak, dus dobberen we een tijdje nutteloos voor de sluis. Niet goed voor de moraal. De woeste zee, volle snelheden, het laatste restje zon, en meer van dat werk wordt alleen maar uitgesteld door de sluis. Duurt lang. En: “Aufmachen bitte!”,  heel hard door de sluizen. Het kan ook nooit een keer normaal gaan. Lullig voor de schipper, want die vaart bijna elke dag op Emden.

Na een kleine reprimande begrijpt de dader dat het ongepast is om zulke teksten te schreeuwen. Ondertussen doet ook Johan een beetje irritant. Niet eens bewust. Gewoon in de war en denkt grappig te zijn. Maar dat vindt de schipper niet. Als Johan tegen alle afspraken in op het achterdek staat te hossen, slaan de sluisdeuren open en klapt de kapitein met extra gas het open water op.

Johan kukelt bijna van boord. Lijkbleek is hij. De dappere Sjaak is ineens een angstige boertje dat zich vastklampt aan de boot. De terugreis geen last meer van gehad. Pas in de trein weer. Johan woont in een dorpje tegen Groningen aan en moet daar uitstappen. Niet bij Loppersum. Toch doet hij dat. Opmerkelijk. Bij het binnenrijden van Loppersum zingt hij als hardste: “Doar bie de Lopster toren,” en hij weet heel goed dat hij daar niet woont.

Toch stapt hij pardoes uit. Niemand begrijpt het. Als het besef landt dat Johan een paar haltes te vroeg uitstapt, sluiten de treindeuren en komt de diesel weer op gang. Dag Johan. Sindsdien is er nooit meer wat van hem vernomen, vertelt de legende. Maar de waarheid is dat hij later die avond is wakker gemaakt door een paar agenten.

Een buurtbewoner heeft de politie getipt dat er een raar sujet rondhangt op station Loppersum. Misschien wel een junk. In Loppersum zijn ze veel gewend, bevings en zo, maar een junk op het station, dat is als een zeehond in de gracht. Dus komen de klabakken om boel te checken. Dat gaat op het platteland een stuk gemoedelijker dan in Stad. Niet opgepakt, geen boete voor openbare dronkenschap, alleen een standje en op de laatste trein gezet. Terug naar Delfzijl.

Door Willem Groeneveld – namen zijn gefingeerd, mag dan wel verjaard zijn, relaties zijn dat niet. 

Emden uit 4

 

Psst, hier meer afleiding: