Mr. Dam: hoe een bootvluchteling duizenden levens redde en de beste bánh mì van Stad verkoopt

Meneer Dam

Het in korte tijd zeer populair geworden Mr. Dam opent een tweede vestiging in de Oude Kijk in ’t Jatstraat. Wat is het succes van de Vietnamese toko en welke reis legde meneer Dam af om te komen tot waar hij nu is? Hij geeft een uniek inkijkje in een leven vol ervaringen en zichzelf keer op keer opnieuw uitvinden.

Zijn verhaal is indrukwekkend, soms zelfs emotioneel, maar ook inspirerend. Over keuzes maken die het verschil kunnen betekenen tussen leven en dood. Armoede of rijkdom. En hoe hij duizenden levens redde in Vietnam door een Cd-Rom uit Veendam.

Vietcong

Zoals iedereen werd ook meneer Dam geboren. In 1966 kwam hij ter wereld in op dat moment één van de gevaarlijkste landen ter wereld: Vietnam. Het noorden was communistisch en aangevoerd door de Vietcong, het Nationaal Bevrijdingsfront. Het zuiden werd geregeerd door de corrupte familieclan rond Ngô Đình Diệm en zijn vrouw, gevolg door allerlei legercoups van Zuid-Vietnamese officieren, ondersteund door de Amerikanen.

Het leidde tot de vreselijke Vietnamoorlog, die twintig jaar lang het land beheerste. Miljoenen mensen kwamen om in een strijd die uiteindelijk werd gewonnen door de Vietcong, die een guerrillaoorlog voerden waartegen het Amerikaanse leger technisch, ideologisch noch moreel opgewassen bleek. Zelfs niet na het inzetten van giftige chemische ontbladeringsmiddelen en bombardementen met napalm.

Eén van de zwarste bladzijdes in de geschiedenis van de mensheid. Maar belangrijk om te begrijpen, aangezien het meneer Dam bewoog zijn geboortegrond te verlaten. “Je werd zonder enige ervaring gedwongen mee te vechten. Ze wisten niet wat goed was, dus niets is dan slecht.”

‘Een grote kans op de dood’

Een poëtische zin om even op te kauwen. Dam vervolgt zijn verhaal. “Toen ik ouder werd als kind zag ik mijn toekomst al voor me. Ik zou moeten vechten met een grote kans op de dood. Ik besloot dat dát verderfelijke systeem niet mijn toekomst zou zijn. Het besluit stond vast. Ik moest weg. Vluchten.”

Maar hoe ontvlucht je een land dat in oorlog is? Waar grenzen hermetisch gesloten zijn? Vietnam was ook in oorlog met buurlanden Laos en Cambodja, dus bleef er maar één optie over. Een optie die anno 2022 nog altijd dagelijkse praktijk is aan de randen van Europa: de vlucht over zee.

Als veertienjarig ‘jochie’ besloot Dam samen met zijn broer en een aantal landgenoten in een kleine boot te stappen. De eindbestemming zou Hongkong (1000 kilometer) of de Filipijnen (1350 kilometer) worden. Weg van een Vietnam waarin geen toekomst mogelijk was. “Ik zal het nooit vergeten. Het was ongeveer tien uur in de ochtend. We zaten al twee nachten en één dag op zee, zo’n 36 uur. We wisten dat er een internationale vaarroute over zee liep. In de verte doemde een groot schip op. Wij zwaaien en lawaai maken. De boot kwam steeds dichterbij. Het bleek een Nederlands vrachtschip te zijn.”

Gevangeniskamp

De boot van Dam viel in het niets bij het megaschip. Maar ze waren gered! Want eenmaal opgenomen door een vrachtschip was je redding. Dan nam het land waartoe het behoorde je namelijk op als vluchteling. “Niets bleek minder waar. Het schip voer weg en het verdween aan de horizon. Wat een teleurstelling. Tot plotseling twee uur later het schip weer opdoemde. Ze hadden zich bedacht! Er kwam een trap naar beneden en we mochten aan boord komen.”

“Er werd van iedereen een foto gemaakt en ik weet nog dat we in de sportzaal van het schip werden opgevangen. We kregen te eten en werden onderzocht door een arts. Toen wist ik dat ik en mijn broer een tweede leven zouden krijgen. We werden in Hongkong gedropt en belandden in een kamp. Nou ja, gevangeniskamp.”

Hongkong was in die tijd een kolonie van de Britten, maar de Aziatische inwoners moesten niets weten van de gevluchte Vietnamezen. “Er was sprake van diepgeworteld racisme. Omdat we uit het arme en communistische Vietnam kwamen. Omdat we achterstand in kennis zouden hebben. Gelukkig kregen we in de eerste week al te horen dat Nederland ons tweede vaderland zou worden. We kregen in Hongkong Nederlandse les en negen maanden later zaten we op het vliegtuig naar Amsterdam.”

Illegaal narcissen plukken

En dus belandden Dam en zijn broer in ons koude kikkerlandje. Dat dit letterlijk was zouden de broers later merken. “Het was niet eens een grote shock, maar wel raar. In het begin nam ik weggegooide fietsen mee om ze op te knappen. Ik snapte niet dat je in Nederland voor 20 gulden een tweedehands fiets kon kopen. Ik weet nog dat ik in Callantsoog een keer narcissen plukte, terwijl dat helemaal niet mocht.”

De Nederlandse overheid bepaalde waar vluchtelingen werden gehuisvest. En zo belandden Dam en zijn broer bij toeval in Groningen, in de wijk Beijum. “Dat was toen net een nieuwe wijk. We kregen een flatje met twee slaapkamers en geld voor de inboedel. Het was echt geweldig geregeld. Ons leven bestond uit boodschappen doen en naar school gaan. Ik belandde in de internationale schakelklas. Daar leerde ik zo goed en kwaad als het kon Nederlands.”

Dam heeft keihard moeten werken om verder te komen. “Ik ging naar de HAVO, maar kende geen woord Engels. Ik heb gestudeerd met altijd een woordenboek naast mijn zijde. Toch ging ik verder. Ik deed de MTS, de technische school (tegenwoordig MBO, red.) en leerde over autotechniek en de Algemene Periodieke Keuring (APK). Na één jaar HTS zag ik het niet meer zitten. Ik zag iemand op de markt loempia’s verkopen. Dat wilde ik ook doen.”

‘Het was zo koud’

Dam werd geholpen toen toenmalig wethouder Hans Morssink. Hij overleed vorig jaar en stond bekend als een enorm toegewijd bestuurder. “Hij was er van doordrongen dat de overheid er vooral is voor mensen die het op eigen kracht niet redden,” zei René Paas vorig jaar na zijn overlijden. Dat blijkt ook uit het verhaal van Dam. Door Morssink kreeg hij in 1985 een plekje op de Ebbingebrug. En daar stond Dam in de winter van ’85 onder een parasol loempia’s te bakken. Een winter waarin te temperatuur in Nederland daalde tot 24 graden onder nul.

“Het was zo koud. Tafeltje en parasol werden gelukkig vrij snel een aanhangwagen en de aanhangwagen een kiosk. Maar ik genoot. Ik leef nog steeds om iedere dag te werken. Toch bleef er een wens over. Ik wilde iets met mijn studie doen. Het was begin jaren ’80 dat ik in contact kwam met Johan Brakema.”

We gingen in 2020 al eem noar Mr. Dam

Brakema

Brakema is in Groningen, zeker in de horecawereld, wereldberoemd. Hij behoort tot de beste franchisenemers van McDonald’s wereldwijd (!) en heeft een speciale band opgebouwd met Dam. “Johan is als een vader voor mij. Samen begonnen we DamBra B.V. We begonnen spullen te importeren uit Vietnam. We bleken de perfecte combinatie. Ook toen was Vietnam nog altijd een communistisch land. Zaken doen was extreem lastig. Voor hun was ik een buitenlander. In mijn eigen geboorteland.”

Van het één kwam het ander en in 1995 gebeurde er iets bijzonders. “In Nederland had ik geleerd over APK, de autokeuring. Dat bestond nog niet in Vietnam. Er gebeurden ontzettend veel ongelukken in het verkeer. Duizenden doden per jaar met oude Russische en Franse auto’s. Ik ben naar het Ministerie van Transport gegaan met een vertaald document van de RDW in Veendam. Maar zoals ik al vertelde was ik een buitenlander voor hun. Ze waren bang voor mij. Alles voor de veiligheid van de ‘Socialistische Republiek’.

Het ongelooflijke gebeurde en na veel vertalen en vooral praten wonnen Dam en Brakema een tender voor 100 APK-station in Vietnam. “Vietnam voerde de APK in die ik vertaald had van een Cd-Rom uit Veendam van de RDW. In de basis is dus hun APK de onze. Wij mochten dus 100 stations bouwen á 150.000 gulden per stuk! Die hebben we per provincie opgericht. We pasten de Nederlandse keuringsrapporten toe. Het Nederlandse systeem. En ze luisterden naar me!”

Vele duizenden levens gered

Het aantal verkeersongelukken in Vietnam nam naar verhouding drastisch af, terwijl het aantal voertuigen op de weg enorm toenam. De actie van Dam heeft dus vele duizenden levens gespaard. De auto’s werden domweg veiliger. “De loempiakiosk werd ondertussen door mijn neef geregeld,” voegt Dam nog even toe. Want die was nog steeds belangrijk.

Tussen al zijn werkzaamheden door bleef de horeca trekken. “Ik wilde in Nederland bánh mì gaan verkopen. Rijkelijk gevulde broodjes met bijvoorbeeld beef of garnalen.” In 2020 gingen we al eem noar Mr. Dam, de toen net geopende zaak aan de Astraat. “Ik ging overal in Nederland langs bij Vietnamezen om ze te proeven. Het resultaat was bedroevend. Nergens vond ik een goede bánh mì. Nergens smaakte het zoals in Vietnam. Dus ging ik naar Parijs. Ik bezocht ieder Vietnamees restaurant, maar daar hetzelfde resultaat.”

Het mag duidelijk zijn. Dam moest terug naar Vietnam. “Na veel testen vloog ik met 20 kilo meel naar Vietnam. Ik moest stagelopen. De bloem bleek niet geschikt te zijn. Bovendien is ons water anders. En het belangrijkste: het klimaat. Deeg rijst anders in Vietnam. Nog steeds heb ik niet de kwaliteit die ik voor ogen heb, maar ik kom iedere dag een stukje dichterbij het ideale recept.”

Er wordt nog altijd coronaproof zaken gedaan bij Mr. Dam

‘Groningers draaiden zich om’

Terwijl Dam dag in dag uit bleef spelen met het ideale deeg opende hij Mr. Dam. “Het liep voor geen meter. Groningers kwamen binnen, keken naar het bord en draaiden zich weer om. Niemand snapte wat bánh mì was. Toen kwam corona, maar stoppen was geen optie.” Tot opeens de omslag kwam. “Ik weet echt niet meer hoe, maar van tien broodjes gingen we naar twintig. Het werden er 100 en zelfs 500. Opeens had ik 30 man personeel en gingen we de hele stad door via Thuisbezorgd.nl.”

De Groningers hadden Mr. Dam ontdekt en nu was er geen weg meer terug. “We openen binnenkort een tweede vestiging in de Oude Kijk in ’t Jatstraat en we krijgen nieuwe bánh mì. Ik heb nog een mooie primeur voor je. We voegen de bánh mì classic pork belly en binnenkort ook de bánh mì zalm toe. Voor een denk ik nette prijs die we voorlopig ook zo houden en niet willen verhogen.”

Dam is nog niet klaar

Zo komt aan het einde van ons gesprek de zakenman in Dam naar boven. Op zijn veertiende door een Nederlands vrachtschip uit de Zuid-Chinese Zee gevist. Gevlucht voor een communistisch systeem. Nederlands en een vak geleerd. Vanuit een flatje in Beijum zichzelf keer op keer opnieuw uitgevonden. Van loempia’s verkopen onder een parasol bij -20 naar 150 APK-stations bouwen in Vietnam. Wat een reis. Letterlijk. En Dam is nog lang niet klaar. Vanuit Groningen wil hij nu Nederland veroveren met zijn bánh mì.

“Ik heb al plannen liggen voor een drive-through in Stad en ik bekijk hoe ik heel Nederland kan laten genieten van ons eten.” Zes á zeven keer per jaar vliegt hij heen en weer tussen Vietnam en Nederland. “Ook om mijn moeder te bezoeken. Zij is ondertussen 85.” Ondertussen vliegt om mij heen de ene na de andere bestelling de toonbank over. Het is tijd om weer aan het werk te gaan voor Mr. Dam. Want dat doet hij het allerliefst.

Mr. Dam is van maandag tot en met zaterdag geopend van 11:00 uur tot 20:00 uur. Klikkerdeklik om te bestellen. Meneer Dam zoekt nog een geschikte manager voor zijn nieuwe zaak. Interesse? Loop dan eens binnen bij Mr. Dam aan de Astraat 6.

Psst, hier meer afleiding: