Pedaaltjes van Svend en Niels gaan de hele wereld over: “En dan zit je opeens in een helikopter boven Monaco”

De pedalen worden schroefje voor boutje in elkaar gezet

Het verhaal van Svend van der Vlugt (38) en Niels Heusinkveld (41) is een waar jongensboek. Van zolderkamer aan de Petrus Campersingel tot een eigen pand met 27 medewerkers. Ze maakten van niets iets. Van hobby hun bestaan. En dat allemaal met pedaaltjes voor racesimulatoren.

Pedaaltjes. Terwijl ik er zelf op trap tijdens een barre fietstocht in de stromende regen richting de Cuxhavenweg, een uithoek op bedrijventerrein Oude Roodehaan in Stad, bedenk ik me hoe je er rijk van kan worden. Als rijbewijsloze Stadjer heb ik weinig met auto’s en al helemaal niet met de raceversie. Hoe anders is dat voor Svend. De joviale mede-eigenaar van Heusinkveld Engineering, staat me al op te wachten in de deurpost.

‘Gewoon beginnen’

Bij binnenkomst struikel je meteen over drie gigantische racesimulatoren met joekels van beeldschermen. Daarover krijg ik later vast meer te horen. First things first. “De beste tip die ik ooit kreeg was: gewoon beginnen,” steekt Svend van wal. “Niet blijven hangen in de logofase, maar de kosten laag houden. In 2013 maakten we onze eerste sale en vanaf toen hebben we een constante ontwikkeling doorgemaakt.”

Svend en zijn collega’s ontwikkelen, maken en verkopen dus alles wat met racesimulatoren te maken heeft: “Pedalen, versnellingspoken, frames. En dat doen we wereldwijd. Maar een klein deel is bestemd voor Nederland. We hebben klanten in heel Europa, Amerika en Australië.” En ja, in dat klantenbestand zitten ook de groten der aarde. Coureurs uit de Formule 1 en Indy 500. “Het is wel een kik dat je weet dat er coureurs zijn die zitten te oefenen met ons product.”

In een paar jaar tijd is een heel team van assemblagemedewerkers en engineers ontstaan

Elitesport

Het klinkt ook wel logisch. Wanneer je autocoureur bent moet je kunnen oefenen. “Onze pedalen benaderen het echte werk. Vergis je niet. Autosport, en met name de Formule 1, is een ongelooflijke elitesport. Wil je rijder worden, dan heb je bakken met geld nodig. Er zitten vaak zeer rijke families en geldschieters achter de coureurs. Dan is 20.000 euro voor de beste simulator een logische investering.”

20.000 euro? “Maar de gewone consument kan ook bij ons terecht. Voor tussen de 600 en 1400 euro heb je een geweldige set pedalen om thuis mee te racen.” Dat klinkt ook als een aardige uitgave, maar ieder zo zijn of haar hobby natuurlijk. “Je moet het vergelijken met wielrennen. Met een racefiets van 700 euro kun je een heerlijk tochtje Groningen-Delfzijl maken. Toch heb je fanaten die het op een carbon frame van 3500 euro willen doen.”

Svend weet nog goed toen de eerste order van een Formule 1-coureur binnen rolde: “Dan sta je echt wel even met je ogen te knipperen. Maar het wordt ook snel normaal. We hebben een keer persoonlijk een bestelling geleverd in Monaco. We waren iets te laat voor de vlucht terug en wilden snel met een taxi terug. Voor we het wisten zaten we in een helikopter die ons afzette op de landingsbaan.”

In een vitrinekast liggen alle tastbare herinneringen. Van computerspelletjes uit de vorige eeuw tot hun eerste pedaaltjes.

Racenerds

De Groninger moet zichzelf sowieso vaak nog even in de bovenarm knijpen als hij door zijn pand loopt. “Het mooiste van dit alles is dat ik mag doen wat ik tof vind. Dat is vanuit mijn hobby werkgelegenheid heb gecreëerd. Heel veel collega’s ken ik vanuit het online racen”. We hebben elkaar via het gamen ontmoet en nu zijn we collega’s.” Eigenlijk een pand vol racenerds dus.

Het nerdniveau gaat nog een stuk omhoog als ik ‘in een heel bijzondere kamer’ kom. Hier worden alle prototypes automatisch getest. Overal om mij heen worden pedalen mechanisch constant ingedrukt. Sommige pedalen zijn al honderdduizenden keren achter elkaar ingedrukt: “Zo testen we zelf onze kwaliteit.” In de hoek print een 3D-printer in dezelfde ruimte een nieuw onderdeel. Ok, dit is best indrukwekkend.

Ondertussen is Heusinkveld – naar goed gebruik in de racewereld hebben ze de naam van de oprichter behouden als bedrijfsnaam – één van de marktleiders binnen hun niche. Binnen de racewereld horen ze bij de grote jongens. Hun naam pronkte al twee keer op een auto tijdens de fameuze Indy 500: “Haha, twee keer vlogen die auto’s als eerste van de baan af. Maar we waren daardoor wel in beeld.”

Een andere wereld

Svend waant zich even in een andere wereld

Na een indrukwekkende rondleiding belanden we uiteindelijk weer waar we begonnen. De racesimulatoren. Zelf waag ik mij er maar niet aan. Maar de big boss wil uiteraard wel even een demonstratie geven. Het is indrukwekkend. Denk ik. Achter zijn eigen simulator zakt Svend steeds dieper weg in een andere wereld. Uiteindelijk parkeert hij de virtuele bolide dan toch langs de baan.

Of hij nog ergens spijt van heeft. “Jazeker. Ik had dit allemaal veel eerder moeten doen. Blijf niet te lang hangen in een baan die je niet écht gelukkig maakt.” Het mag duidelijk zijn. Svend heeft het stuur van zijn eigen leven (ook) stevig in handen genomen. De blik naar voren. Of, om met legendarische woorden van Enzo Ferrari te spreken: “What’s behind you does not matter.”

Psst, hier meer afleiding: