Piet van Dijken draaft door: Boer zoekt vrouw (2)

Maud wil even ‘connecten’ met Evert. En dat wil Evert ook wel.

“Willen jullie één kamer of twee kamers?” De man achter de balie van het hotel wacht in spanning het antwoord van boer Rob en Wendy af. Rob houdt wijselijk zijn mond, natuurlijk gaat hij zelf vol voor één kamer, terwijl Wendy op haar beurt aan de hotelmedewerker vraagt of het tweepersoonsbed bestaat uit twee losse bedden. Wanneer dit niet het geval blijkt te zijn is voor haar de keuze niet moeilijk. Twee kamers.

Rob stikt al weken van vlinders in de buik. De tekst op het bijgevoegde kaartje bij het boeket voor Wendy is dan ook veelzeggend. ‘Jij bent een zonnestraal in mijn hart’. Na haar voorkeur voor twee kamers laat Rob weten dat Wendy in de komende dagen wel moet laten zien voor de volle 100 procent voor hem te willen gaan, om hier nog aan toe te voegen dat hij met de keuze voor ieder een eigen kamer toch wel moeite heeft.

Het grote moment is voor Evert aangebroken. Wordt het de serieuze Nans of gaat Evert toch voor Maud, die in een brief de Drentse boer heeft laten weten verliefd op hem te zijn. Evert windt er geen doekjes om. Na de vraag van Yvon Jaspers wie er meegaat op de city-trip roept de ietwat gesloten boer dat dit Maud zal zijn. Vooraf had Maud, lieveling van de ruim 3 miljoen kijkers, al gezegd dat het haar zo lekker lijkt dat die man (Evert) altijd zo dichtbij is, en dat wanneer hij voor me kiest ik hem heel stevig ga vastpakken. Alleen al bij de gedachte hieraan komen bij Maud de tranen.

Volgens boer Evert is het doel bereikt. “Met Nans heb ik een stukje gewandeld en goed gesproken en Maud was erbij toen er een kalfje is geboren. Beide zijn het momenten om op terug te kijken. Niets dan respect trouwens voor Nans. Haar kinderen kunnen trots op haar zijn.” Maud wil dan even met Evert knuffelen en voor de spiegel staan. “Goh Evert, wat ben je groot!”

Niet alleen voor Evert, maar ook voor Janine is het de hoogste tijd om te kiezen. Wat een gedoe daar in het Limburgse. Een huilende Janine die zelfs haar moeder in het eigen zoete dialect om raad vraagt. “Ik ben er nog niet oet. Voel het bij beiden nog steeds niet. Die tranen van mij komen dan ook uit wanhoop. Maar godzijdank, ik leef nog.” Boer Christiaan, de stille Willie van de twee, vertrouwt ons toe dat tijdens het kijken met zijn drieën naar een film hij Janine over haar hand heeft geaaid en dat de hand nadien bleef liggen.

Volgens boer Sander begint liefde in je hoofd en eindigt in je hart en dit is nu juist wat hij voor Janine voelt. Voor wie van de twee gaat zij? Voor de makkelijk pratende en enthousiaste Sander of voor Christiaan, waarmee het contact maar niet op gang wil komen. “Er is iets tussen ons Chris, maar het gaat zo stroef.” Vlak voor hét moment zijn er weer tranen, maar dan is zomaar Sander de gelukkige. Sander, die Janine eerder al zijn droomvrouw heeft genoemd. Christiaan zegt in de napraat tegen Yvon dat hij geen spijt heeft van het feit dat hij niet wat meer open tegen Janine is geweest. “’Zo ben ik nu eenmaal.”

Boer Hans is afgereisd naar Annette in Zeeland, waar wij het verliefde tweetal zien fietsen in een landelijke omgeving in de buurt van Vlissingen. Hans en Annette zijn blij met elkaar getuige de woorden die Hans uitspreekt wanneer hij al fietsend naar haar kijkt. “De rechterkant is mooier dan de linker.” Het is duidelijk. Annette fietst rechts van Hans. Annette vindt alles geweldig. ‘’Het is een droom die uitkomt.”

Aan tafel in het restaurant van het hotel, waar Hans en Annette in de bruidssuite verblijven, kijkt Annette met verbazing naar het prachtig opgediende gerecht op haar bord. “Wat ziet dit er geweldig uit. Haast te mooi om op te eten.” Hans kijkt met een verliefde blik naar zijn tafeldame en zegt dat de bonus van gisteren bij de koffie ook niet te versmaden was, niet wetend dat het hier om een Zeeuwse bolus ging, een lekkernij uit Zeeland.

Dan nog boer Jouke en Karlijn. De twee lijken voor elkaar gemaakt. Jouke is dan ook afgereisd naar de familie van Karlijn, die vanaf het begin van hun ontmoeting uitermate in hun sas zijn met de nieuwe aanwinst. Het dwarse in zijn karakter lijkt bij de Friese boer compleet verdwenen. “Ik ben er”, roept Jouke naar Karlijn wanneer hij uit de auto stapt en op haar toeloopt. “Leuk dat je er bent”, zegt zij “viel de afstand  mee?” De opening na drie uur rijden in de auto is nog niet écht passievol. Aan tafel vraagt de vader van Karlijn wat Jouke van hun koeien vindt. “Het is een bont gezelschap”, luidt diens antwoord. Hetzelfde geldt zeker ook voor de hoofdrolspelers uit deze editie van Boer zoekt vrouw. Zondag de city-trip. Ik ben erbij.

Psst, hier meer afleiding: