Piet van Dijken draaft door: Coronadruk

Foto: GVAV Retro. Piet: “Ik ontdek naast natuurlijk Rikkert La Crois, bovenstaand met het donkere haar, keeper Otto Roffel en rechtsbuiten Piet de Koe, en zittend Klaas Buist, Bram van der Hoeven en trainer Otto Bonsema. Het is maar dat je het weet.”

Druk. Hoe druk is het? Altijd druk. Druk vandaag? Hoog druk zetten. De corona legt wel een druk op mij. Druk op de bal. Druk wordt veel gebruikt in onze zo rijk gevulde taal. Te pas en te onpas kom ik het tegen. Helemaal in de ruim aanwezige praatprogramma’s inzake voetbal. Zo vaak, dat het in die sector na corona welhaast het meest gebruikte woord moet zijn. Zeker als de oud-voetballer en analyticus Theo Janssen aan tafel zit bij Studio Voetbal. De ene druk is amper uitgesproken, of de volgende is alweer in de maak. Kotsmisselijk word ik ervan. Van hoog naar laag druk zetten, soms zelfs er tussenin. De backs zetten vanaf het eerste fluitsignaal hoog druk, en juist dit bleek de valkuil voor de tegenstander.

In sommige afleveringen moet Theo voor een groot scherm gaan staan. Tot in den treure is dit gerepeteerd, maar desondanks gaat er af en toe wat fout. Terwijl Janssen dan door lult over druk zetten, staan de twee backs doodstil. De druk is dan voor even van de ketel en Theo zoekt ietwat teleurgesteld zijn stoel weer op. De presentator, Sjoerd van Ramshorst, weet niet al teveel van het spelletje, maar hij heeft zich aangeleerd dat, wanneer hij op een dood spoor dreigt te belanden, hij dan ogenblikkelijk het woord druk in de mond dient te nemen. Liever nog hoog druk, omdat dit pas écht professioneel klinkt.

Tussen het schrijven door kijk ik met een half oog naar de persconferentie van Rutte en De Jonge met als hoofdthema wel of geen avondklok. Bij het woord avondklok slaat bij mij de coronadruk onmiddellijk keihard toe. Geen hoge of lage druk, nee, erger nog, de druk van corona. Avondklok. Hier wordt toch geen mens vrolijk van. Nooit gedacht dat het zover zou komen. De coronadruk is zodoende ook gedurende het schrijven nog ruimschoots aanwezig.

Tot slot van deze column is er ruimte voor een oud-voetballer, die ons deze week is ontvallen. Rikkert La Crois, midvoor in optima forma, maakte voor GVAV, de voorganger van FC Groningen, 170 doelpunten, en is hiermee de meest scorende speler uit de geschiedenis van de club. Aanstaande zondag zou hij 87 jaar zijn geworden. Rikkert La Crois was een fijn mens en daarnaast een voetballer die altijd en overal scoorde, met als specialiteit dat hij geweldig kon koppen. Zijn timing was welhaast perfect en zijn kopballen loeihard en geplaatst.

Rikkert speelde 12 seizoenen, 361 wedstrijden, voor GVAV en daarnaast voetbalde hij voor Go Ahead, Veendam en Heerenveen. Hij was een échte Oosterparker. Van de Irislaan verhuisde Rikkert naar de Gerbrand Bakkerstraat. Zijn kwaliteiten bleven niet onopgemerkt en al op achttienjarige leeftijd debuteerde hij in het eerste van GVAV. Daarna was Rikkert La Crois steevast elk seizoen topscorer. Wanneer ik hem jaren geleden sporadisch nog wel eens zag in het stadion bekroop mij steeds de gedachte aan een groot voetballer, die ik mij als adolescent herinnerde als de klassieke midvoor met het gouden hoofd.

Door Piet van Dijken  

Psst, hier meer afleiding: