Piet van Dijken draaft door: geen papieren

Piet met Herman Sandman en Erik Hulsegge. Mannen met papieren!

In café Luxembourg in de Spuistraat in Amsterdam vlakbij café Dante, waarboven Herman Brood zijn atelier had, vraagt een vriendelijke serveerster wat ik wil drinken. Thee zeg ik. Thee. Wat voor thee? Lawaaithee. Het duurt lang voor het meisje weer terug is. Wel bijna een kwartier. Daarvoor heb ik haar al buiten zien lopen. Zag haar binnengaan bij een aantal andere etablissementen. Ietwat hijgend staat zij uiteindelijk weer bij mijn tafeltje. Weliswaar zonder thee, maar ze is terug. Beschaamd zegt zij dat er geen lawaaithee is.

Ook bij de naaste buren en ergens tegenover het café hebben ze de door mij gevraagde thee niet. Zonder hier verder op in te gaan zeg ik dat ze dan maar op zoek moet  naar een glas Earl Grey gezond. Binnen twee minuten staat de bestelling voor me. Inclusief twee koekjes voor het wachten. De baas heeft wel gezegd dat hij in zijn dertigjarige loopbaan in de horeca nog nooit van het fenomeen lawaaithee heeft gehoord, waarop ik riposteer dat het ook vooral in het noorden van het land een delicatesse is.

De thee geeft een wat klotsend geluid in de maag, vandaar de naam lawaaithee. Met een schijfje citroen is de thee het lekkerst, helemaal wanneer het ook nog eens wordt aangevuld met een stukje hazelnootchocolade. Het meisje belooft het op te schrijven en zodoende de lawaaithee op de kaart te krijgen. Zelf geniet ik van mijn Earl Grey gezond en bij het weggaan hoef ik niet te betalen en word ik bedankt voor de tip. Of de lawaaithee ooit Amsterdam heeft bereikt is voor mij tot aan de dag van vandaag een raadsel. Maar als groot liefhebber van practical jokes heb ik de dag van mijn leven.

Ik blijf nog even in Amsterdam en verkas van café Luxembourg naar het terras van het roemruchte Hotel Americain aan de Leidsekade, dat tegenwoordig door het leven gaat als Hard Rock Hotel Amsterdam Americain. Wat ik van Henny Huisman vind vraagt de verslaggever aan mij. Normaliter stel ik de vragen, nu word ikzelf eens aan de tand gevoeld. Het blijft wennen. Henny Huisman. Ik vind Henny een aardige kerel, alleen zijn er de laatste jaren geen papieren meer bij.

De interviewer kijkt me bedenkelijk aan en vraagt wat ik hier in hemelsnaam mee bedoel. Geen papieren? Nooit eerder gehoord. Ik zeg dat in Groningen bijkans iedereen de betekenis hier wel van weet, maar dat dit blijkbaar nog altijd niet is doorgedrongen tot het bruisende westen. Ik leg uit dat je een aardige kerel zonder papieren het beste kunt vergelijken met een oldtimer zonder kentekenbewijs, wat wil zeggen dat je er eigenlijk niets aan hebt. De oldtimer kan nog zo mooi zijn, maar als er geen papieren bij zijn gaat de waarde aanmerkelijk achteruit. Ditzelfde geldt in zekere zin ook voor Henny Huisman.

De man heeft een rijke carrière achter zich, maar in plaats om daar volop van te genieten is er maar één ding dat hij wil en dat is terugkeren op de televisie. Henny mist de aandacht en zonder aandacht is het leven maar saai, helemaal wanneer je ook nog eens kunt kopen wat je wilt. De televisie zit al jaren niet meer op Henny Huisman te wachten, die dit zelf helaas maar niet wil inzien. Desondanks blijft Henny een aardige kerel, maar wel een aardige kerel zonder papieren. Na mijn monoloog knikt de verslaggever dat hij mijn uitleg heeft begrepen en hij gaat verder met het interview. Wil jij trouwens wat drinken? Thee zeg ik. Thee. Wat voor thee? Gewone thee.

Door Piet van Dijken

Psst, hier meer afleiding: