Piet van Dijken draaft door: Kardemom bij Pomphuis

(Foto: Facebook Museum Café Het Pomphuis)

Tsjonge, wat kan die man koken! Die man is Tim Ringers, chef-kok bij Pomphuis Groningen. Goede vriendin Liesbeth wilde onze verjaardagen samen vieren, vandaar dat ik nu ook weet hoe goed kok Ringers kookt. Liesbeth heeft al eens bij Museum Café Het Pomphuis gegeten en dit is haar blijkbaar zo goed bevallen dat ik om half 7 de trappen van voornoemd restaurant bestijg om te ervaren of haar loftuitingen ook voor mij bewaarheid zullen worden.

Een tafeltje bij het raam met uitzicht over de het water van de Pottebakkersrijge moet een aanloop zijn naar hopelijk een paar uurtjes genieten. Café Het Pomphuis wordt gerund door twee mannen, Nick Nijboer en JanBas van Aalderen. Nick is de coming man in de horeca met veel potentie, JanBas is de routinier op de achtergrond. Hij is inderdaad de man achter het grote succes van dinercafé Soestdijk, dat hij een aantal jaren geleden heeft overgedragen aan Roos Brinkman.

Vanavond gaat het echter vooral over chef-kok Tim Ringers en over de prima bediening van het etablissement. Rosé met ijs van Claude Val en witte wijn van Valdalagunde zijn onze drankjes. Het is  tijd om de amuse te proeven. Een ‘Grunneger’ gele curry met mosterdzaad van Abrahams mosterdmakerij uit Eenrum met daarbij een sorbet van komkommer/geranium en gepofte Groninger granen.

De amuse wordt geserveerd in een bakje van Groninger klei gemaakt door pottenbakster Anja van Zanten. Zijn er eerder zoveel regels gewijd aan een amuse? Ik denk het niet, maar de smaak is dan ook betoverend. Beiden gaan we voor het viergangenmenu van 55 euro, dat als voorgerecht rauwe gemarineerde forel van Smallert heeft. Fijn is dat de chef-kok zo nu en dan zelf serveert, zodat ik aan hem kan vragen wie of wat Smallert is?

Smallert blijkt een forellenkwekerij op de Veluwe te zijn, gelegen tussen Epe en Vaassen. Verder bevat het gerecht daslook, dat staat voor verse bloemetjes, voor deze gelegenheid geplukt in de Oosterpoort. Pomphuis werkt graag met streekproducten en daar hoort dus ook daslook  bij. Bijzonder is de Burrata, een verse kaas gemaakt van mozzarella van geitenyoghurt, dat volgens onze chef-kok nog een beetje leeg loopt.

Dan door naar het tussengerecht, gerookt buikspek NIDW, welke letters staan voor Neus In De Wind, afkomstig uit het dorp Holwierde. Verder proeven wij pastinaak, paling, sambaii (Japanse rijstwijn) en niet te vergeten de bundelzwam, een klein paddenstoeltje. Meer rosé met ijs en meer witte wijn brengen ons naadloos naar het hoofdgerecht. Vooraf hebben we aangegeven geen orgaanvlees en gevogelte te believen, maar vergeten te vermelden beiden niet dol te zijn op lamsvlees.

Daarom is het toch een beetje schrikken dat er lamsvlees op onze borden ligt. Weliswaar subliem klaargemaakt door Tim, vooral de aanwezige jus doet in ons geval wonderen, wat Liesbeth spontaan doet ontlokken “dat zij dit gerecht normaal gesproken nooit had weggewerkt.” Vandaar dat er gelukkig maar weinig van het lamsvlees overblijft. Overduidelijk de verdienste van de kok.

Het lam komt trouwens uit Haren, en het gerecht wordt gelardeerd met wortel, kerrie, koffie en kardemom. Wat is in vredesnaam kardemom Tim? Kardemom is een pit uit India, een soortement van specerij. Het moment van het dessert is aangebroken. Liesbeth is meer van de toetjes dan ik, maar toch, het dessert op basis van gist is niet te versmaden.

Een gegiste croissant is de basis, verder is er gebrande boter en biersiroop, dat heel toepasselijk luistert naar de naam ‘LAGER der a’. Koffie na, de dame met een Amaretto, en voor 160 euro is de avond voorbij. Liesbeth heeft gelijk gekregen. Museum Café Het Pomphuis serveert voedsel dat een verrijking is voor het culinaire leven in Stad. Op de Herebrug nemen we tevreden afscheid. Liesbeth gaat naar Coos, ik ga voetbal kijken.

Door Piet van Dijken

Psst, hier meer afleiding: