Piet van Dijken draaft door: Kwaliteit

Kwaliteit is toch wel Jim van der Zee, die dinsdag aan het einde van het programma De Vooravond het beroemde lied Wonderful World zingt. Kippenvel. De iets op oud-voetballer Tieme Klompe lijkende zanger met gitaar houdt het klein en dit maakt het juist zo mooi. Dit stukje gaat dus over kwaliteit, omdat ik mezelf terug vind op een foto met daarnaast tekst: ‘The difference between style and fashion is quality’. De foto staat op twitter, niet écht mijn favoriete medium, waarop ik een jas draag van Androesja, een muts van Kroy en een gebreide FC-sjaal van Anneke Palmen.

Over kwaliteit gesproken. De pas overleden Jeroen van Merwijk schreef prachtige liedjes voor zichzelf en voor anderen. Jeroen maakte, vervelend is het toch wanneer iemand net gestorven is je dan ogenblikkelijk de verleden tijd dient te gebruiken, in zijn professie kwaliteit, net als Dick Lukkien dit doet als voetbaltrainer en Reinoud Brouwer als orthopedisch chirurg. Kwaliteit is er in alle soorten en maten.

Wellicht is het ook leuk om binnenkort een column te schrijven over mensen zonder kwaliteit. Hier kan ik me nu al op verheugen. Behalve dan de man, waarover ik me heb voorgenomen er nooit meer een letter aan te wijden. Het stukje is veilig opgeslagen, maar plaatsen doe ik het niet. Geen letter dus, al staat het met stip op één!

Terug naar kwaliteit. Terug naar vroeger. Naar Nachtclub/Jazzcafé De Koffer, de bakermat van menige jazz- en popgroep, in de Oosterstraat 8. Zes dagen in de week open, maandag gesloten. Van 22 tot 4 uur, op woensdag zelfs tot 5 uur. Prachtige tijd gehad hier als barkeeper/diskjockey. Alles was bijkans kwaliteit, behalve dan de gehaktballen. Deze zaten met z’n achttienen in een blik en waren niet te vreten. Het mooie was wel weer dat dezelfde gehaktballen de basis vormden van mijn vriendschap met Herman Brood.

Tekst gaat verder onder de foto

Herman tekent zijn versie van Piet. Foto door Theo Buissink

Zeker weten. In een nachtclub is levende muziek een must. De muzikant(en) speelden een half uur en daarna draaide ik achter de bar een half uur plaatjes. Herman speelde er vaak piano en zijn gage was 50 gulden en twee blikballen per nacht. De pianist had in de late uurtjes altijd trek en dan kreeg hij van mij één of twee balletjes extra. Met veel mosterd en ketchup waren ze volgens Herman prima weg te stouwen.

Die extra balletjes schiepen blijkbaar een band en in de middag gingen we vaak wat drinken of naar de film. Naar bioscoop De Beurs. Voor de eerste rij, beter bekend als loge nekkramp, betaalde je een rijksdaalder en doodserieus zaten wij dan met het hoofd in de nek te kijken naar alweer een nieuwe film van ‘Tiroler meisjes’. Dit stukje heet niet voor niets kwaliteit, nu als er iets aanspraak maakt op deze kwalificatie dat zijn het wel de films over de Tiroler meisjes uit de jaren zeventig.

Na de movie gingen we dan wat eten en daarna nam ik afscheid om nog een paar uur te kunnen pitten. Herman ging andere dingen doen, hij hoefde pas om middernacht in De Koffer te zijn. Het waren immer kwaliteitsvolle dagen met hem in een tijd die zijn weerga niet kent. Onvergetelijke dagen met baas Piet, Fokko, Emmy, Tom, Lex Jasper, Jenne Meinema, Roelof Stalknecht, Lou Leeuw, Solution, Martin van Dijk, Piet Noordijk, Herman Brood, het Bé Meiborg trio, programmeur Henri de Wolf en de beroemde Amerikaanse tenorsaxofonist Ben Webster. De kwaliteit druipt ervan af, vandaar dat deze column dan ook verreweg het meest gaat over vroeger. Wanneer ik door de Oosterstraat fiets denk ik altijd even aan mijn favoriete nachtclub.

Door Piet van Dijken

Piet volgens Brood
Psst, hier meer afleiding: