Piet van Dijken draaft door: Laat ons weer eens juichen

Het is juni 1995. Over een jaar, om precies te zijn op 16 juni, bestaat FC Groningen 25 jaar. Ik zit als zo vaak op een terras in de Big City, deze keer samen met schrijver/journalist Jan-Henk Zandberg.

Als twee fervente supporters zijn we het die middag over 1 ding roerend eens: ter ere van het jubileum van de FC moet er een boek komen. Geen boek met historische mededelingen, maar een echt voetbalboek met elf mooie verhalen.

Het verhaal van 25 jaar FC Groningen in elf swingende hoofdstukken, zoals daar zijn Milko Djurovski, Renze de Vries, de Koeman-triade, Tonny van Leeuwen, Theo Verlangen en andere trainers en Piet Fransen. Met de uitgever hebben we mazzel. Wij hoeven niet op zoek, hij benadert ons.

De Arbeiderspers

Op een avond krijg ik telefoon. Ronald Dietz aan de lijn. Ronald is een Groninger en heeft het geschopt tot directeur van de befaamde uitgeverij De Arbeiderspers. Mooi is ook dat Ronald fan is van FC Groningen en toevalligerwijs ook een boek over de club wil uitgeven en of wij die dan wel willen schrijven. Natuurlijk Ronald willen wij dat.

Een week later zitten we tegenover hem in zijn kantoor aan Singel in Amsterdam. Een uurtje later is de deal beklonken en rijden Jan-Henk en ik tevreden naar huis. Niemand van het bedrijf, op Ronald Dietz na dan, die begrijpt waarom een gerenommeerde uitgeverij als De Arbeiderpers in hemelsnaam een boek over FC Groningen wil uitgeven. Als het nu nog Ajax zou zijn, maar Groningen?

Laat ons weer eens juichen

Op 17 oktober 1996 is het dan zover. De presentatie van ‘Laat ons weer eens juichen’ in een afgeladen bovenzaal van het Newscafé. Het is een pracht van een presentatie waar aan alles is gedacht. Het eerste exemplaar is voor de toen nog langzaam furore makende cabaretier Bert Visscher. Voorzitter Renze de Vries, die de cover siert met een roze varken in de hand, is er, net als trainer Hans Westerhof.

In het begin gaat het nog redelijk met de verkoop, maar bij duizend verkochte exemplaren stagneert het. Het blijft, hoe je het ook wendt of keert, toch een regionaal feestje. Ondanks lovende kritieken in Trouw, De Volkskrant en Nieuwe Revu, is daar na een half jaar een telefoontje van de uitgever. Piet, wij hebben hier nog 1300 boeken liggen, de eerste druk was 2300, wat moeten wij hier mee? Naar de Slegte? Over mijn lijk roep ik. Niks de ramsj. Wat moet jullie voor de boeken hebben? Drieduizend gulden hoor ik aan de andere kant. Breng ze maar. Ik bel Jan-Henk of hij mee wil doen maar hij past. Dat is niets voor mij Piet.

Een week later wordt eraan de deur gebeld. Een pallet met 1300 boeken staat op de stoep. Wat moet ik hiermee denk ik even, maar het moment van bezinning is gelukkig dichtbij. Een jaar ben ik bezig geweest om de boeken te slijten. Met Renze de Vries signeer ik op de braderie van Paddepoel en in de kantine van amateurclubs overtuig ik de aanwezigen dat een tientje echt maar een schijntje is voor dit boek.

Tienduizend gulden netto

Ik heb ze allemaal verkocht voor tien gulden per stuk en kom er op het eind van de rit achter dat ik toch maar mooi tienduizend gulden netto aan ‘Laat ons weer eens juichen’ heb verdiend, een bedrag dat lang niet elke schrijver kan bijschrijven op zijn rekening. Weliswaar heeft het een jaar lang bloed zweet en tranen gekost, maar ik had het avontuur voor geen goud willen missen.

Door Piet van Dijken