Piet van Dijken draaft door: Monte Gordo (slot)

Piet geconcentreerd bezig met het slot van de serie over Monte Gordo. Foto: Greetje de Boer

In het urinoir van het zwembad bij hotel Dunamar in Monte Gordo komt een man naast me staan. Ben ik niet blij mee. Het brengt zelfs een vorm van agressie bij me boven. De kwajongen in mij, die nooit weg mag gaan omdat ik dan snel dood ben, vraagt aan de man waarom hij met een hoed op plast? Voor hetzelfde geld was het een Spanjaard of een Portugees geweest, maar hij is wel degelijk een landgenoot.

De man met hoed draait zijn hoofd naar rechts en zegt dat het waarom mij geen donder aangaat. Ik snap zijn antwoord, maar wil toch weten wat de reden hiervan is. Altijd door vragen riep regisseur Jaap Alkema immers altijd door mijn koptelefoon bij Radio Noord. Op dat moment verschijnt uit het niets een Duitser met een pet op het hoofd.

Ik knijp gauw af en verdwijn stilletjes naar buiten. Soms is het beter om een diepgaand gesprek af te breken. Jaap Alkema was op zijn beurt niet tevreden geweest. Zijn vaste krachtterm ‘afronden’ was in dit geval nog lang niet aan de beurt.

Het handdoekje leggen op bedjes bij het zwembad van hotel Dunamar is net als bij elk zwembad van hotels in zonnige oorden een ware traditie. Het is om misselijk van te worden. In alle vroegte zie ik vanaf het balkon echtparen schuifelen om toch maar de mooiste plekjes rondom het zwembad te confisqueren. De ergsten zijn degenen die eerst andere dingen gaan doen, om dan pas rond het middaguur uiterst relaxed gebruik te maken van hun vier uur eerder vastgelegde plekken.

Boodschappen gedaan, koffietje gedronken in het dorp, uurtje over het strand gebanjerd, en dan nu toch maar op weg naar de gereserveerde strandbedjes. Dit mag niet mogen mensen, en dit vinden ook de verantwoordelijke mannen van het zwembad van hotel Dunamar, waar dit soort praktijken terecht in de kiem worden gesmoord. Staan de bedjes te lang leeg, dan wordt er ogenblikkelijk ingegrepen.

Handdoeken worden verwijderd en bedjes vrij gegeven. Een feest was om te zien dat een ouder echtpaar pas ver na de middag aan het zwembad verscheen, om daar geconfronteerd te worden met onbekende mensen die op hun gereserveerde bedjes lagen. Verontwaardigd melden zij zich eerst bij de gasten en daarna bij de dienstdoende toezichthouder, die in alle rust uitlegde hoe de situatie bij het zwembad werkte. Het stel restte niets anders dan geduldig wachten op een plekje.

Op de houten boulevard van Monte Gordo loopt een echtpaar uit Bedum, het dorp van Gerrit Koning, die recent zijn wereldberoemde dorpscafé van de hand heeft gedaan. De man zegt dat hij mij van tv kent en dat zijn vrouw en hij hier al voor de twaalfde keer zijn, en dat het op de dag van hun vertrek een enorme chaos was op Schiphol.

Om half 1 in de nacht waren zij al vertrokken, parkeerden bij aankomst op P3, en moesten daarna enorme rijen mensen trotseren, om uiteindelijk een uur te laat de lucht in te mogen. Tis allemaal wat mien jong, maar ach, we hebben voor hetere vuren gestaan. Ik zie die vast wel weer op Noord.

Vroeg in de morgen, om 8 over 8, schrijf ik de laatste regels van het drieluik over Monte Gordo, een dorpje in zuidelijk Portugal, dat toevalligerwijs beschikt over een ruime mate aan zon, een geweldig mooi strand en dus ook over een zee. ‘De zee die me vertelde dat hij moe is, die zei dat hij er zeer beroerd aan toe is. En als de zee zegt dat hij moe is, wil dat zeggen dat het land er zeer beroerd aan toe is’.

Het zijn zinnen uit een prachtig liedje van cabaretier Paul van Vliet, waaraan ook ik mooie herinneringen bewaar, omdat gedurende de toernee van het programma ‘Protestsongs’ het door mij gekozen nummer ‘De Zee’ in de voorstelling werd gezongen door de zangeressen Leoni Jansen en Izaline Calister. Drie keer maar liefst. In Assen, Coevorden en Roden. In Monte Gordo is de zee zoals een zee hoort te zijn. Rustig, maar vaak ook onstuimig en onvoorspelbaar. Soms zelfs zo wild dat niemand  zich in hem waagt.

Twee schoonmaaksters, compleet met karren, maken beneden de straat schoon. Voor alweer een dag met zon, zee en strand. De grijzende schoonmaakster ken ik. Het is de vrouw van een van de vele mannen die zich op het strand bezig houden met het verhuren van ligbedden. Twee voor 15 euro. Terwijl de eerste handdoek-leggers zich melden, sommigen leren het nooit, en twee werknemers klaar zijn met de dagelijkse schoonmaakbeurt van het zwembad, is het wachten op het meest enge stel van hotel Dunamar, dat zich meestal als eerste twee bedjes toe-eigent. Bruiner dan nu kunnen de twee niet worden, maar de dwang naar meer overheerst.

Kan ook zomaar zijn dat ze vandaag naar huis zijn gegaan. In dat geval maakt het Monte Gordo weer een stukje mooier. Beetje zoals het schrijven van mijn stukjes over het verblijf in Portugal, dat ik naar eer en geweten en met veel plezier heb gedaan. Jammer van Ronaldo, maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben. Verdomme, heb ik toch weer buiten de waard gerekend. Het enge koppel meldt zich alsnog. Met naar goed gebruik madame voorop en manlief als een lul de behanger volgend. Zoals dit elke dag in hun leven gaat, zelfs nu in het mooie Monte Gordo.

Tot slot nog even dit. Ik heb niets tegen behangers. Behangen is een eerbaar beroep, gebaseerd op vakkennis. Een goede behanger is overal welkom en is zodoende zeker geen lul. Laat dit voor eens en voor altijd duidelijk zijn!

Psst, hier meer afleiding: