Piet van Dijken draaft door: Terras (6)

In mijn op 29 oktober vorig jaar verschenen boek ‘Piet’s Big City’ staan maar liefst vijf columns met als titel ‘Terras’. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik dit de leukste stukjes vind. Terrassen zijn mij immers op het lijf geschreven. Gewoon in de Big City op een terras zitten en 500 tot 600 regels tikken over alles en iedereen die ik langs zie komen. Weliswaar heb ik boven deze column ook Terras geschreven, maar dit is meer vanwege het gevoel dat ik nodig heb om hierover te kunnen schrijven.

Deze zesde editie van Terras is vanwege de nog steeds aanhoudende blokkade van de terrassen een rondrit op de fiets geworden. De tocht gaat langs de plekjes waar ik normaliter, gewapend met kladblok en pen in de aanslag, zit te spieden naar volk om in mijn stukje te vermelden. Al na een kwartier fietsen merk ik dat dit zo niet werkt. Sporadisch passeer ik een wandelende of fietsende bekende waar ik niets mee heb. Dat is het dan wel. Na een half uur heb ik het dan ook wel gezien. Dit wordt het niet.

Het is een prachtige dag en ik drink in een overvol Noorderplantsoen een cappuccino in een kartonnen beker bij restaurant Zomer. Een lange rij wachtenden wil hetzelfde. Helaas zie ik nergens een stoel en nergens mensen om over te schrijven. Of toch? Wie staat daar midden in de rij te wachten tot ze aan de beurt is? De dame lijkt als twee druppels water op Ellen ten Damme. Jammer genoeg is ze het niet. Heeft Ellen zonder er zelf bij te zijn toch weer Sikkom gehaald.

Ik besluit nog een poging te wagen en fiets terug door de Visscherstraat, de straat waar Jean Pierre Rawie, de meest succesvolle en derhalve ook de meest verkochte dichter van Nederland, al decennia lang huist. Met een beetje mazzel kom ik hem tegen. En verdomd, in de Kijk in t Jatstraat zie ik hem richting Vismarkt lopen. We groeten elkaar en ik denk: beet!

Jean Pierre Rawie. De dichter van de bundel ‘Onmogelijk Geluk’ uit de jaren negentig. Prachtbundel met een evenzo mooie titel. Naast de fraaie gedichten kun je ook het bedenken van titels met een gerust hart aan Rawie overlaten. Wat te denken van ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’. Niets meer aan doen. Zijn verzameling columns, die hij elke vrijdag schrijft in de cultuurbijdrage van Dagblad van het Noorden, krijgt als titel ‘Vroeger was alles beter, behalve de tandarts’.

Ik fiets terug naar huis en besluit om een uur voor de avondklok ingaat een laatste poging te doen om deze aflevering van Terras op een bevredigde wijze te voltooien. Net als eerder bij de dichter uit de Visscherstraat is het geluk ook nu aan mijn zijde. Ik kom Tieme Klompe tegen op het Zuiderdiep. Succesvol voetballer geweest bij Heerenveen. Robuuste verdediger, die Ajax had kunnen halen wanneer hij niet zwaar geblesseerd was geraakt.

Dat Tieme ook verstand heeft van voetballen heb ik van dichtbij meegemaakt. Jaren geleden zat hij op een zondagmiddag naast mij op de perstribune. Ik om mijn wekelijkse column te schrijven, Tieme om voor Heerenveen de FC te analyseren. Alles wat Tieme Klompe over die wedstrijd tegen me zei schreef ik op en verwerkte het in mijn stukje.

De vrijdag erop tijdens het perspraatje voor de volgende wedstrijd zei de toenmalige trainer Ron Jans dat ik de enige was geweest die het goed had gezien. Met dank aan Tieme Klompe. Ook nu moet ik de oud-voetballer bedanken, want mede door hem heeft ook deze aflevering van Terras de 600 woorden ruimschoots gehaald.

Door Piet van Dijken

Psst, hier meer afleiding: