Piet van Dijken draaft door: terras (8)

Man uit Stad schrijft graag zijn stukje vanaf een terras

In de Kleine Pelsterstraat op het terras van Pizzeria Italia drink ik koffie met Erminio Baire, de man die in 1976 samen met Nino Contini garant staat voor de eerste twee pizzeria’s in Stad. De laatste jaren wordt het bedrijf naar volle tevredenheid van vader geleid door dochter Sabrina.

Voorbij ons loopt een charmante grijzende dame met bestemming de Herestraat. Plotseling keert de vrouw en wandelt richting onze tafel. Nee, niet vaak heeft ze bij Pizzeria Italia gegeten, en ook nu heeft haar ommekeer een andere reden. De dame blijkt bij navraag de weduwe te zijn van de befaamde oogarts Massaro.

Zij haalt een folder uit een tas en geeft het aan mij. Blijkbaar kent ze mij en nodigt me uit om zondag aanwezig te zijn bij de zogeheten ‘Hannibal Competitie’ in Galerie Forma Aktua, een eerbetoon aan kunstenaar Henri de Wolf. En dan zal het mooi zijn wanneer jij er een stukje over schrijft. Op het moment dat ik de folder aanpakte wist ik al dat dit zou komen. Een stukje erover schrijven. Het hoort bij mij als de Big City.

Al ruim vijftig jaar achtervolgt me namelijk de vraag of ik bij welk evenement dan ook er wel een stukje over wil schrijven. Een dikke tien jaar geleden heb ik besloten om dergelijk verzoeken met een volmondig nee te beantwoorden. Tot mijn eigen verbazing is de vraag tot aan de dag van vandaag relevant. “Moi Piet, weet je wat het is, mijn vrouw opent volgende maand een boetiekje in het centrum en toen dacht ik, omdat wij elkaar al zo lang kennen, dat jij daar wel een stukje over wil schrijven.

Ik zei tegen haar, dat doet Piet wel. En nou kom ik je toevallig tegen. Regel jij dit voor ons?” Ik zeg dat ik al meer dan tien jaar aan een dergelijke bede geen gehoor meer geef, en dat ik mij ook niet kan heugen hoe lang het geleden is dat ik de man voor het laatst heb gezien, laat staan te weten hoe hij heet. “Het beste met je winkeltje”, roep ik hem nog wel na. “Hoop dat het ook zonder mijn stukje een succes gaat worden.”

Terug naar Erminio in hartje stad. Terug naar een grijs verleden, waarin wij 15 jaar lang elke dinsdagmiddag tussen half 3 en 4 uur getrouw zaten te praten met oud-FC Groningenvoorzitter Renze de Vries. Geen dinsdag sloeg de man uit Roden over. De verhalen van Renze de Vries konden we wel spellen, toch was het altijd weer lachen met hem. “Jullie zijn mijn twee beste vrienden, daarom ook weten jullie alles over mij’.” Ik hoor het de in 2012 overleden De Vries nog zeggen. “Nou alles”, was dan de vaste riposte, “bijna alles Renze.”

Een man met fiets houdt halt voor het terras. “Hé Piet, goed dat ik je even tref. Ik zit met een probleem en misschien heb jij de oplossing. Mijn dochter gaat na de zomer aan de studie en is op zoek naar een kamer. Het liefst natuurlijk in het centrum. We hebben stad en land al afgebeld, maar nergens wat te vinden. Als man van Stad weet jij vast ergens nog wel een plekje voor haar.” Ik zeg dat ik geen lege kamer weet en dat ik in gesprek ben. De man stapt zonder te groeten weer op de e-bike en laat mij achter met de gedachte dat hij mij vanaf nu een enorme lul vindt.

Voor de laatste keer nog even terug naar het terras van Pizzeria Italia. Naar Erminio en dochter Sabrina, die weer is aangeschoven met een verse café latte. Precies op tijd of heeft dochter het stokje van papa overgenomen. Heeft ze dingen veranderd die onder het bewind van vaders nooit waren gebeurd, iets dat op het terras ook ruiterlijk door Erminio wordt beaamd. Nu is de op Sardinië geboren Italiaan alleen nog maar trots op dat alles wat zijn dochter heeft neergezet.

“Hoi Piet, jij hebt vast wel het nummer van Wilfred Genee. Voor een verhaaltje in onze studentenkrant willen wij hem interviewen. Jullie zijn toch vrienden? En als Genee niet kan denken wij aan Jan Mulder. Dat nummer heb jij vast ook wel?” Zucht.

Psst, hier meer afleiding: