Piet van Dijken draaft door: tot zo en Hugo

Kotsmisselijk word ik van de commentatoren en presentatoren van sportzender ESPN, eerder al luisterend naar de naam FOX en Eredivisie Live, waarvoor zelfs nog Humberto Tan en Toine van Peperstraten hebben gewerkt. Wat deze twee collega’s dan wel weer prijst, nadat ik ze tien jaar niet had gezien, is dat zij nog steeds mijn voornaam weten. Waar ik dan zo ziek van word?

Van veel op deze zender, maar toch vooral van de woordjes tot en zo, wanneer het weer eens tijd is voor reclame. In de rust, voor het begin van de eerste helft, tijdens het eindeloos analyseren, voor het begin van de tweede helft, wanneer Leidelmeijer, voornaam Aletha, moet plassen, of als ene Christiaan zoals zo vaak met overgeslagen stem uit zijn nek staat te lullen. Gevolgd door het onvermijdelijke ‘Tot zo’.

De langste puber van de lage landen, Jan Joost van Gangelen, is er ooit mee begonnen. Sindsdien is het hek van de dam. Als makke schapen herhalen zijn collega’s de twee-woordelijke afkondiging. Het is een crime die maar niet wil ophouden. Zelfs Kamperman, Cousino Arias, roepnaam Fresia en de overenthousiaste Oldenburger, ze blijven het maar zeggen. Ook Leo Driessen werkt mee aan deze flauwekul.

De routinier schreef ooit voor Borsato de nummer 1 hit ‘Alle dromen zijn bedrog’, wat helaas niet geldt voor het bedrog van Marco, laat staan voor het kappen met ‘Tot zo’. Het is puur realiteit mensen! Vanaf het volgende seizoen eis ik daarom dat er gestopt wordt met het roepen van ‘Tot zo’. Voor eens en voor altijd! Wanneer Leidelmeijer aangeeft dat het de hoogste tijd is om te plassen, dan drukt ze maar op een onzichtbaar meegebracht belletje, waarna de regie weet dat de reclame kan worden gestart. Want zeg nu zelf beste lezer, alles is toch beter dan keer op keer het vermaledijde ‘Tot zo’ te moeten aanhoren.

Dan Hugo. Hugo Hovenkamp, al vanaf de B8 van GVAV Rapiditas een vriend. Heb trouwens niet lang met Hugo in B8 gevoetbald. De fameuze jeugdtrainer Klaas de Wit had algauw gezien dat Hugo veel te goed was voor het achtste juniorenteam, en het duurde dan ook maar even of de in de Vinkenstraat wonende adolescent speelde dat seizoen zijn wedstrijdjes in B1.

Maar hier draait het in het tweede deel van deze column nu even niet om. Waar het dan wel over gaat laat weer eens zien hoe klein de wereld kan zijn. Het verhaal begint bij Jelmar Helmhout uit het Friese Stiens. De man is werkzaam bij Omrin, een duurzaam afval- en energiebedrijf, dat een campagne is begonnen om de komende maanden een aantal markante noordelingen hun passievolle verhaal te laten vertellen, met als doel de wereld te inspireren.

Vooral veel Friezen zijn tot nu toe aan het woord geweest, maar Omrin is nu drukdoende om ook Groningers hun zegje te laten doen. Vandaar het telefoontje van Jelmar aan mijn adres. Of ik open sta voor een interview en wil poseren voor fotograaf Bart Lindenhovius uit Leeuwarden. Geen probleem zeg ik, en een paar dagen later zit ik tegenover beide Friezen bij restaurant Werkman aan de Grote Markt.

Dan nu de essentie van dit stukje. Voor we starten met het gesprek overhandigt Jelmar mij een boek. Niet zomaar een boek, maar mijn eigen boek, ‘Piet’s Big City’. Door mij gesigneerd met vulpen op 26 november 2020, vier weken na de presentatie in Forum Groningen. ‘Voor Janet en Hugo’ lees ik. En verder ‘Vriendschap op afstand blijft bijzonder, maar onze herinneringen houden het levend!’ Daarbij het door mij veel gebruikte ‘Mooi man!’ plus handtekening.

Voor Janet en Hugo. Verrek, dat zijn Hugo Hovenkamp en zijn eega. Mijn nieuwgierigheid groeit met de minuut. Ik vraag Jelmar hoe hij in vredesnaam aan dit boek komt. Zijn antwoord luidt dat hij het voor 2,50 heeft gekocht in de boekenhoek bij Rataplan, de Mamamini van Alkmaar. Hij vertelt erbij dat er ook veel boeken van Mart Smeets liggen, maar dan wel ongesigneerd.

Ik bel met Hugo en leg hem de situatie voor. De oud-international, 31 interlands, is verrast en heeft geen direct antwoord op mijn vraag hoe het mogelijk is dat het door mij naar Callantsoog, vlakbij Alkmaar, verzonden boek door een man uit Stiens voor 2,50 bij Rataplan in Alkmaar is gekocht?

We komen er niet uit, hoewel Hugo nog wel met de suggestie komt dat het boek wellicht is uitgeleend aan zijn zoon of dochter, waarvan de laatste nog wel eens wat dingetjes wil wegdoen aan een bedrijf als Rataplan. Maar, besluit ik ons gesprek, dat doe je toch niet met een gesigneerd boek dat bestemd is voor je vader en moeder?

Uiteindelijk heb ik het gesigneerde boek van Janet en Hugo met Jelmar geruild voor een splinternieuw exemplaar, en blijft het een raadsel hoe het boek bij Rataplan in Alkmaar is beland? 

Psst, hier meer afleiding: