Poepen is is leuk, maar niet meer wat het geweest is – column

poepen

Het is half zes ’s ochtends. De halflauwe kroket die losjes tussen mijn lippen bengelt kan ik maar moeilijk wegkrijgen. Maar, en zo houd ik me sterk, de laatste euro is weer gespendeerd. Ik zwalk voldaan naar mijn fiets.

Mijn fiets is door mij overgespoten. Dat de fiets goud is, (en niet wit) zal de criticasters hopelijk niet aanzetten tot het denken van vunzige zaken die ik uitspook met mijn trouwe tweewieler. Dit wil trouwens niet zeggen dat ik nooit ben klaargekomen over mijn fiets. Afijn, ik fiets weg, mijn matras wacht.

Kopjes van de anaconda

Thuisgekomen moet ik ineens verschrikkelijk poepen. Het kan verkeren. Op weg naar de badkamer merk ik dat ik toch haast moet maken. Ik ben alleen thuis. Waar de rest van mijn huisgenoten is, weet ik niet. De accu van mijn mobiel heeft eerder die avond, zonder mijn goedkeuren, besloten er mee op te houden. Ik leg eerst mijn mobiel aan de oplader, waarna ik mijn weg vervolg naar het water closet.

Terwijl mijn mobiel langzaampjes oplaadt voor een snelle surf naar Youjizz, laat ik mijn broek zakken. De bruine anaconda had duidelijk frisse lucht nodig en het duurt niet lang voordat het glibberige monster het porselein raakt. Mijn kringspier is duidelijk opgelucht en laat de slappe kak zijn gang gaan. Ondertussen glijdt mijn linkerhand naar mijn broekzak. Niets. Ik laat mijn rechterhand naar mijn broekzak glijden. Weer niets.

Poepen zonder mobiel

Oh ja, mijn mobiel doet zich tegoed aan een flinke dosis elektriciteit. Tevreden leun ik achterover. Poepen is leuk. Maar plots word ik bang. Hoe moet ik mij nu vermaken? De vluchtige analyse die ik loslaat op mijn eetpatroon van die dag doet mij beseffen dat ik hier nog wel een kwartiertje zit. Ik maak de afweging, met de broek op m’n enkels terughoppen naar mijn kamer en mobiel inclusief accu meenemen naar het sanitair?

Mwoah, zo wanhopig ben ik toch ook weer niet. Ik besluit te blijven zitten. Maar onrustig ben ik wel. Ik ben 26 jaar, en ben nu toch zeker tien jaar in het bezit van een mobiele telefoon. Wat heb ik de eerste zestien jaar uitgespookt tijdens het schijten? In die tien jaar dat ik de trotse bezitter ben van Nokia’s, Sony Ericssons, Samsungs, Blackberries en iPhones heb ik altijd entertainment gekregen van het speeltje tijdens het poepen.

Ultieme schijtvermaak

Eerst Snake, daarna kwamen er geavanceerdere spelletjes en de laatste jaren volg ik zelfs het laatste nieuws tijdens mijn behoefte. Navraag bij personen met wie ik over dit onderwerp durf te praten, leert dat zij ook geen schijtbeurt voorbij laten gaan zonder de mobiel er bij te pakken. Er zijn uiteindelijk twee soort poepers, ben ik achtergekomen. Recreanten en wedstrijdschijters. Wedstrijdschijters zijn eikels.

Die nemen nergens de tijd voor en als de keutel pas half uit de anus hangt, pakken ze het wc-papier al om het restant zo vlug mogelijk uit de endeldarm te trekken zodat men weer verder kan met de orde van de dag. Schande. De recreanten zijn romantici. Zij zijn zich ervan bewust dat poepen, wanneer je er de tijd voor neemt, de momenten zijn waarbij je even tot jezelf kan komen.

Vrouger

Ik ben een romanticus. Ik houd van poepen maar ik schaam me als ik me nu besef dat ik zonder mobiel niet weet wat ik moet doen. Teleurgesteld flos ik het wc-papier door mijn bilnaad. Wij zijn in Nederland afhankelijk geworden van de aanwezigheid van een mobiel bij het poepen. Niemand kan zich meer herinneren wat vroeger de tijd doodde tijdens deze feestelijke gebeurtenis. Poepen… is poepen niet meer.

Door Arjen Banach – Arjen is Stadjer, fractievoorzitter van Student & Stad en breekt in sneltreinvaart door als cabaretier

Ga het gesprek aan ( comments)