Sikkom op reis: de voetbalderby in New York met Pirlo

New York

Zestien uur nadat de bus mij in een willekeurige straat in New York had gedropt, zat ik in het voetbalstadion. Gedurende mijn tijd in de Verenigde Staten had ik elke dag van acht tot drie uur kinderen verteld hoe ze meester worden over de bal. Nu ik in mijn vakantieweek in New York was, wilde ik de meester zelf zien voetballen. Andrea Pirlo, stylist en baas van beroep.

Naast dat ie voetballer is dan, want voetballen doet hij momenteel bij New York City FC (NYCFC). Een soort neefje van het steenrijke Manchester City uit Engeland. Voormalig Arsenal- en Frankrijk-captain Patrick Vieira is de coach, terwijl naast Pirlo ook Frank Lampard en David Villa in het lichtblauwe shirt lopen.

De derby in New York

Op het eerste gezicht een tegenvaller: net dit weekend moest NYCFC een uitwedstrijd spelen. Enkele seconden later zag de wereld er ineens anders uit: ze speelden uit tegen New York Red Bulls! Juist, de stadsderby. Bovendien: NYCFC was de trotse koploper (bizar feitje: met een doelsaldo van -2), Red Bulls bezette de derde plek met zicht op meer. Een derby met eveneens competitiebelangen, beter kon niet.

Met de PATH train, die het beste valt te omschrijven als een combinatie van een metro en een trein, bereik ik binnen het uur de Red Bull Arena. Kwestie van mensen in Red Bull-shirtjes volgen. Onderweg raak ik in gesprek met een Red Bull-fan. Omdat zijn vriendin gek werd van de onregelmatigheid waarmee hij thuisduels bezocht, had zij hem een seizoenkaart cadeau gegeven. “Beste vriendin ooit, die laat ik nooit meer gaan.” Het gaat een verhit potje worden vanmiddag, verzekert hij me. Voor Amerikaanse voetbalbegrippen dan. Supportersrellen, daar doen ze hier niet aan.

Supporters dwars door elkaar

Van beide clubs zitten ze in dezelfde metro’s en treinen en lopen door elkaar heen naar het stadion. “Een goede vriend van me is City-fan,” legt hij uit. “Hij zit al in het stadion, tijdens de rust meeten we even.” Als hij mijn verbaasde blik ziet, schiet hij in de lach. “Ja, je kunt gewoon het gehele stadion rondlopen tijdens de wedstrijden. We hebben ook geen uitvak ofzo. De fanatieke Red Bull-aanhang zit achter het ene doel. Meestal kopen de supporters van de bezoekende club gezamenlijk kaartjes voor een vak achter het andere. Maar je zult straks in elk vak wel lichtblauwe shirtjes zien hoor. Waar zit jij?”

Als ik hem mijn kaartje laat zien, verschijnt er een grijns op zijn gezicht. Ik blijk tegenover het vak van de fanatieke Red Bull-aanhang te zitten. Inderdaad, bij de City-fans. Hij laat weten dat ik mijn ogen uit zal kijken, maar dat hij niks met City heeft: “Met hun geld en oude supersterren… Geef mij maar onze ploeg, dat is een echt team in plaats van wat individualisten.” Terwijl ik hem wil zeggen dat Red Bull toch ook aardig wat geld in het voetbal pompt, word ik meegetrokken door een City-supporter. “Ik ving op dat je bij ons zit? Let’s go!”

New York

Onbegonnen werk

Een klein half uur later zit ik met de City-fan in het stadion. Om me heen kijkend, heb ik nog niet de indruk dat hier de fanatiekelingen zitten. Vaders met hun kroost, opa met een kleinzoon, gezinnetjes, verliefde stelletjes en twee oma’s die samen een dagje uit zijn. Sommigen in het lichtblauw van City, anderen gehuld in het wit-rood van de Red Bulls. Boven ons is het nog leeg. Tien minuten later is het echter een lichtblauwe zee. De paar eilandjes in die zee zijn mannen met ontblote bovenlijven waar al aardig wat alcohol in zit. Twee vriendelijke, vrouwelijke stewards proberen de mannen duidelijk te maken dat ze moeten gaan zitten. Het is onbegonnen werk.

Ik word opgemerkt door twee City-fans, omdat ik als één van de weinigen in de zee geen lichtblauw shirt aan heb. En vooral omdat ik met een accent Engels spreek. De rest van de vriendengroep wordt erbij gehaald en met alle gemaakte foto’s waan ik mezelf voor even Andrea Pirlo. Enkelen van de groep verduidelijken supportersliedjes voor me. Het “F*ck-the-Red-Bulls” is vrij duidelijk, maar “(…)New York is blue and white” wordt ruw weggeblazen door een flink gereguleerd vuurwerk dat afgaat wanneer de spelers het veld betreden. Even later is het Lampard die de bal aan het rollen brengt.

Bier gooien

NYCFC speelt een waardeloos eerste half uur. Het tempo is laag, de spelers zijn niet vooruit te branden en balbezit houdt slechts stand tot net voor de middenlijn. Red Bulls is zeker geen denderende ploeg, maar ze spelen wel met energie en inderdaad: als team. Ze komen op 1-0 en na een oliedomme overtreding in het strafschopgebied krijgt de thuisclub een penalty: 2-0. Waar het eerst nog een groot feest was in het vak waar ik zit, beginnen de fans het slechte spel nu zat te worden. “Are you f*cking awake now?!”.

De domme overtreding die de strafschop inleidde, blijkt niet op zichzelf te staan. De verdedigers van NYCFC doen de naam van hun linie geen eer aan. In balbezit is het nog erger. Ze prutsen erop los, als het even kan op de rand van de eigen zestien meter. De City-fan naast me schreeuwt de longen uit zijn lijf. Wanneer de 3-0 valt, kegelt hij zijn plastic beker vol bier op een fan een paar rijen lager.

New York

Pirlo: schilder zonder verf

Lampard staat met zijn armen wijdt en roept hopeloos naar zijn teamgenoten. David Villa heeft enkel nog buitenspel gestaan. Beiden zijn nog niet in het stuk voorgekomen en lopen gefrustreerd rond. Pirlo kijkt verloren om zich heen. De Italiaanse kunstenaar probeert wat lijn in het spel te krijgen. Bij zijn aannames en het wegdraaien druipt de klasse er vanaf. Maar veel verder dan het opeisen van ballen en ze vervolgens terug of breed te leggen komt hij niet.

Hij oogt als een schilder zonder verf. Een enkele keer toont hij zijn kwaliteit. Terwijl de bal zijn voet verlaat, kijkt heel het stadion ademloos toe. Een achteloos passje waarmee vier tegenstanders worden uitgeschakeld. Een steekbal waarmee hij een medespeler zo alleen op de keeper af stuurt. Helaas zitten zijn ploeggenoten niet op zijn denkniveau en sterft alles in schoonheid. Of David Villa staat buitenspel.

Kinderen horen op de familietribune

Vlak voor de rust maakt City uit het niets 3-1. De fans van de bezoekers veren op en transformeren ineens tot de stoere mannen van weleer. Bier vliegt door de lucht, er wordt gezongen en vooral heel hard gesprongen. Twee rijen voor mij kijkt een jongentje angstig omhoog en duikt weg bij zijn vader. De City-fans richten zich tot de Red Bull-supporters in de vakken naast hen. Die pakken de score erbij als reactie, waarop het vak waarin ik zit antwoord met: “We’re still first in the league!” Tsjah…

In de rust worden enkele vaders met kinderen verzocht om te verhuizen naar een vak schuin onder de fanatieke aanhang van City. Anderen worden zelfs naar de tribune aan de lange zijde gestuurd. ‘Fijner voor de kinderen en ouders, het kan gevaarlijk zijn met deze stand’, wordt mij duidelijk gemaakt. Tien minuten later vind ik mezelf ook terug aan de lange zijde. Als niet-Amerikaan zonder City-shirt moest ik het fanatieke vak verlaten.

Pokémon

Tegenspraak werd niet geaccepteerd, en al helemaal niet naar geluisterd. Links van mij zit een Red Bull-fan die meer oog heeft voor het zoeken naar Pokémon op zijn telefoon. Rechts een City-aanhanger. In zijn ene hand een blik bier, in de andere een flesje water. Rondom mij een wirwar van willekeurige supporters van beide teams. Met een schuin oog kijk ik de tweede helft naar het City-vak. Op wat bekers bier na, gegooid toen de Red Bulls de 4-1 maakten, houden ze zich koest. Wanneer Villa de lat raakt, vinden ze voor even hun grote mond terug. Kort daarna hebben ze zich neergelegd bij een pak slaag van de rivaal. Hoogtepunt van de tweede helft is de publiekwissel van Wright-Phillips.

De scheidsrechter, deze middag niet de grootste vriend van de City-aanhang, fluit af. Het vak waarin ik zit, is al bijna leeg. De lichtblauwe zee achter het doel blijft waar ie is, inmiddels met flink wat meer zwevende (of beter gezegd zwabberende) eilandjes. Lampard komt als eerste de fans bedanken. Benieuwd naar de reactie blijf ik geïnteresseerd kijken naar wat komen gaat. Een klein groepje fans jouwt hem uit en loopt met middelvingers te zwaaien.

New York

Amerikaanse voetbalbeleving

Vijf boomstammen van kerels corrigeren hun medesupporters in de zin van een paar rake klappen. De rest van de City-spelers volgt Lampard zijn voorbeeld. Ze worden toegezongen. Mijn ogen zoeken Pirlo en treffen hem zittend voor de dug-out. Even later rolt zijn naam van de tribune. Hij loopt naar zijn fans en klapt in zijn handen. De overgebleven Red Bull-fans slaan eveneens hun handen stuk. De Red Bull- en City-fan die naast mij zitten schreeuwen zijn naam.

Als ik buiten het stadion loop, komt de fanatieke aanhang van de thuisploeg net de trappen af. Langzaam mengen ze zich in de wit-rode en lichtblauwe zee. De hele stoet loopt samen naar het metrostation. Het kost me twee uur om een metro in te stappen, maar het is prachtig. Fans van beide clubs drinken en zingen. Op een boze metrobestuurder na is iedereen hartstikke vrolijk.

Met 4-1 op de kont gekregen van de rivaal? Dat lijkt al weer lang en breed vergeten. Nieuwsgierig schiet ik een City-supporter aan en vraag hem of de nederlaag de fans iets uitmaakt. ‘Binnen het stadion wel, maar uiteindelijk was het gewoon een middagje vermaak.’ Zijn woorden illustreren de Amerikaanse voetbalbeleving zoals ik deze heb ervaren perfect. Ondertussen gaan mijn gedachten terug naar Pirlo, zittend voor de dug-out. Zou hij zich ook vermaakt hebben?

Door Jasper de Vries – 28 jaar, geboren en getogen Stadjer. Sinds 1,5 jaar is Jasper freelancer en schrijft hij voor bladen en internetsites. Jasper heeft altijd gevoetbald maar moest dankzij de tegenwerkende knie stoppen. Hij is al jaren jeugdtrainer en tegenwoordig ook jeugdscout bij FC Groningen. Eerder zat hij al 2,5 maand in Zuid Amerika om te reizen en te trainen aan een voetbalschool. Datzelfde doet hij nu in de Verenigde Staten. Jasper heeft veel interesse in de maatschappij, vandaar dat hij sociologie heeft gestudeerd.

Psst, hier meer afleiding: