Straatnamen in Groningen veranderen vanwege koloniaal verleden?

De Piet Heinstraat en Admiraal de Ruyterlaan in Groningen: weg ermee. Althans, dat vinden Antifascisten. De straten in de Zeeheldenbuurt zijn vernoemd naar ordinaire zeerovers met een koloniaal verleden. Die zijn geen straat waardig, toch?

De discussie over ‘helden’ van vroeger komt niet uit de lucht vallen. Woeste mensenmassa’s gewapend met sloophamers verzamelen zich in de Verenigde Staten rond kopstukken uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Om ze vervolgens publiekelijk te executeren. Generaals tuimelen er met bosjes van hun stenen sokkel.

Vaak gaat dat om standbeelden van hoge piefjes uit het zuidelijke leger. Beetje jammer dat die confederates, zoals de zuiderlingen ook wel genoemd werden, nogal pro-slavernij waren. Dat is niet zo 2018. En ook precies de reden waarom de standbeelden vandaag de dag veel weerstand en agressie oproepen.

Weerstand

Hoe groot de weerstand in Nederland is, is lastig te zeggen. Arthur Graaff van de bond van Antifascisten vindt in ieder geval dat we de boel uit het zicht moeten halen. De Piet Heinstraat in Groningen, bijvoorbeeld. “Hij was eigenlijk gewoon een zeerover en werkte mee aan de onderdrukking van mensen in het buitenland”, zegt hij tegen Dagblad Van Het Noorden.

En ook Michiel de Ruyter moet worden weggepoetst, vindt Graaff: “want hij handelde onder meer in slaven.” Als alternatief oppert hij nieuwe straatnamen, vernoemd naar helden als Truus Wijsmuller. “Zij redde tienduizend Joodse kinderen. Maar bijna niemand heeft ooit van deze Nederlandse verzetsstrijder gehoord.”

Geschiedvervalsing

Maar zijn straatnamen niet een wezenlijk onderdeel van een stad, land en onze geschiedenis? Valt wat voor te zeggen. Het veranderen doet zelfs denken aan geschiedvervalsing, omdat de reden van zo’n benoeming iets zegt over hoe we als samenleving naar iets of iemand keken. Belangrijk, ongeacht of we daar vandaag de dag nog hetzelfde over denken.

Aan de andere kant: een eigen straat krijgen, is dat niet de grootste eer die er bestaat? Niet alleen vroeger, maar ook nu nog? Daarom is het misschien lastig te verkroppen voor mensen die uit een familie komen met een slavernijverleden. Erkennen dat iemand belangrijk is geweest voor Nederland is één ding. Zo’n kerel in 2018 nog steeds eren met een straatnaam is iets anders, toch?

Lastige materie

Persoonlijk zie ik zo’n straatnaam niet als ultieme verafgoding. Meer als teken dat iemand z’n stempel heeft gedrukt op de Nederlandse geschiedenis. Ook al is die gedrukt in bloed. Bordjes weghalen verandert daar niks aan. Piet, Michiel, helden van toen. En dat is prima, zolang we maar bespreken dat hun daden vandaag de dag geen straatnamen meer zouden opleveren. Eerder een plekkie voor het internationaal gerechtshof.

Kortom: het verleden verandert niet, wel de manier waarop we ernaar kijken.

Iets meer nadruk op de duistere kant is misschien wel op z`n plaats. Dat geldt voor al die figuren uit de koloniale tijd. We profiteren tenslotte in Nederland nog steeds van onze handelspositie van toen, dus laten we dan vooral open kaart spelen over slavernij, slavenhandel en het koloniale verleden.

Dikke gezellige Brabander

Daar ligt een belangrijke rol voor het onderwijs. Veel over praten. En dan de goede-, maar ook duistere kanten van deze historische sleutelfiguren belichten. Dan zijn die straatnamen misschien wel aanleiding om er ook buiten de klaslokalen over te lullen. Dat is alleen maar goed.

“Kijk mama, de Michiel de Ruyterlaan” Ik zie het, schat. “Wist je dat De Ruyter best wel een schurk was, mam?” Dat meen je niet. In mijn tijd was hij gewoon een dikke, gezellige Brabander die ook reclame voor de Jumbo maakte.

Wat vind jij, moeten we de straatnamen veranderen? Of gewoon laten staan en er meer over praten? Laat het weten in de comments op Facebook.

Ga het gesprek aan ( comments)