Van coffeeshop tot eierbal: met twee jonge Amerikanen op pad in Groningen

Joseph en Andrew in de Poelestraat

“This must be the fastest of the fastest fastfood there is,” zegt Andrew als we voor de automatiek van Hoek staan. Andrew valt samen met zijn fietsmaatje Joseph van de ene verbazing in de andere tijdens hun korte verblijf in Groningen.

De twee jonge Amerikanen (21) studeren aan North Carolina State University in Raleigh en zijn bezig met een fietstocht door Europa om geld in te zamelen voor een vluchtelingenproject in hun thuisstad. Maar ook om Europa te leren kennen. “Veel mensen in Amerika zijn bang voor vluchtelingen, ze denken dat het allemaal terroristen zijn.”

Zelf oordelen

“Wij willen zelf onderzoeken wat voor mensen het zijn en hoe Europese landen ermee omgaan.” Om in een paar weken het maximale eruit te halen, fietsen ze vanaf Hamburg naar Parijs. Onderweg slapen ze bij locals en proberen ze zoveel mogelijk mensen te spreken, waaronder vluchtelingen. Zaterdagavond zijn ze in 050 aangekomen.

Iets na 22:30 uur rollen ze het hoofdstation binnen. Compleet gaar van de lange dag fietsen. Maar ook opgetogen. Blij dat er een bed wacht en verheugd dat zoveel mensen goed Engels spreken. Dat is in Duitsland wel anders. Zelfs mijn steenkolen-Engels wordt gewaardeerd. Als we door de stationshal lopen, volgt de tweede verbazing.

Groningen de koningen

“Woooooow, it’s amazing, it’s really beautiful.” Na een paar minuten staren naar het majestueuze plafond, speelt voorzichtige trek op. Maar het is al laat. De restaurants moeten wel dicht zijn, denken ze. Tijdens de fietstocht in Duitsland hebben ze geleerd dat na 21:00 uur in Europa alles gesloten is, op een paar kroegjes na.

Maar niet in Groningen. Hier kun je tot ver voorbij het ochtendgloren kunt eten en feesten, deel ik ze mee. Zelden zoveel blijdschap gezien op twee afgepeigerde gezichten. Groningen smaakt nu al naar meer en is na tien minuten al de vetste stad van hun complete trip. Niet zo gek, na al die kilometers door saai Duitsland.

Vol lof over fietsenstalling

En dan wacht de heerlijke Groninger nacht ook nog eens. Oftewel: geen tijd om te lang naar het plafond te staren. Snel mijn fiets scoren en de fietsenkelder voor het station induiken. “Woooooow, just look at this. I’ve never seen so many bikes together. That other bike-flat near the station was allready impressive, but this is overwhelming.”

Toch opmerkelijk dat iets dat zo gehaat wordt door de gemiddelde Stadjer, zo indrukwekkend en mooi is voor de fietstoerist uit Amerika. Kwestie van perceptie allicht. Na het bezoekje aan de fietsenstalling klappen we via het Groninger Museum de binnenstad in.

“Look at that tower!”

Niet perse het mooiste stukje stad, maar de Amerikanen zijn danig onder de indruk. “It’s beautiful here. So many people on the street. And all the pubs and restaurants are open.” Groningen is een verademing. Van doodse dorpjes en langgerekte weilanden naar de vibrerende stad.

Amerikanen

Via het Zuiderdiep, met alle terrasjes en flanerende mensen rijden we door de Oosterstraat richting de Grote Markt. Halverwege de Oosterstraat verschijnt de Martinitoren voor het eerst in het blikveld. “Look at that tower Andrew. Look. How old is it? More than 500 years? Unbelievable.”

Zestien maal “wooooooooow”

“In our hometown the oldest building is maybe like 150 years old or something.” Dan is Groningen wel wat anders. Hier barst het van de historische gebouwen, zoals het Stadhuis. Ook dat bekoort de Amerikanen. De zoveelste ‘woooow’ rolt vol verbazing over de lippen als het statige pand in beeld komt.

Er volgt nog een “wooooow” voor de volle terrassen van de Drie. En eentje voor de Universiteit, en voor de Vismarkt en Brugstraat. En dan wacht het allermooiste wat Grunn te bieden heeft, het Hoge en Lage der A. Op de brug staan we even stil. De gasten vergapen zich aan alle glorie en rijkdom.

Geschiedenisles

Ze donderen bijna in de gracht als ik vertel dat sommige van die panden zijn gebouwd in de 13e eeuw en dat dit vroeger een florerende haven was met open zeeverbinding. Ze smullen van de spontane geschiedenisles. En kijken smachtend naar de stille getuigen van de bloeiperiode van 050.

De middeleeuwse pakhuizen maken indruk. Net als de uitleg over de lage en hoge kade. Het Hoge der A voor lossen als het vloed was, het Lage voor als het eb was. Na een paar seconden kijken, is het tijd voor de laatste paar honderd meter naar mijn huis, het logeeradres voor de gasten.

Groningen als voorbeeld

Onderweg uit Andrew zijn verbazing over de fietsvoorzieningen. “It’s nice to see that the innercity is focused on bikes en pedestrians. The roads are perfect to bike on. I think every city should do this. It’s better for the airquality, the environment and the general health of the people and very relaxed to walk or bike arround.”

Allemaal leuk en aardig, maar uiteindelijk is de nacht de grootste trekpleister van Groningen. Zeker een zomerse zaterdagnacht met goed weer. Dan proef je Stad pas echt, en gelukkig hebben de jongens daar nog energie voor. Na een paar rummetjes trekken we de stad in. Op weg naar een onvergetelijke ervaring.

Al die jonge mensen

Daar zijn ze nu al van overtuigd. Het vele jonge volk op straat, de kroegen, clubs, volle terrassen en mijn verhalen maken nieuwsgierig. “The people are so young here, how come?,” willen ze weten. Het antwoord is niet zo lastig. Het is de combi van alles wat ze vandaag zien.

De grote universiteit die wereldwijd een goede naam heeft, de oude en compacte binnenstad, maar vooral het onbeperkte uitgaansleven en culturele aanbod werken als een magneet op iedereen die jong is en houdt van leven in een hippe stad. De vele goede eet- en drinktenten, zoals Block & Barrels, dragen er ook aan bij.

Internationale stad

Het eetcafé mikt op een internationaal publiek en de voertaal is Engels. Iets zegt mij dat de Amerikanen zich hier wel op hun gemak voelen. Het klopt. De jongens vertellen over Amerika. De andere gasten aan de tafel, afkomstig uit Italië, Bulgarije en Zuid-Afrika, vertellen over hun land van afkomst en hun liefde voor Groningen.

Dat is zelfs de absolute gemene deler De meid uit Zuid-Afrika zegt dat ze in Frankrijk hoorde over Groningen. Dat het hier heel tof studeren is en dat de stad zo fijn is. Ze heeft direct de trein gepakt en is nooit weer weg gegaan. “I felt in love with this city. The vibe is inspiring and thrilling. This is my new home.”

Verbazing over de hoeveelheid fietsen

Amerikanen in de coffeeshop

Ook de Italiaan uit Rome vertelt in vergelijkbare lovende woorden waarom het leven in Groningen zo goed is. Na een paar goede gesprekken, borrels en Heinekens, want ze zijn tenslotte voor het eerst in het land van hun favo pils, is het tijd voor de volgende typisch Nederlandse attractie. De coffeeshop.

Op naar De Dees in de Papengang (die er nog steeds als een getto bij ligt). Mooie shop, verscholen in een prachtig oud steegje, gehuisvest in een eeuwenoud pand. En tegenover Warhol, waar we de nacht afsluiten met whisky en dansjes. In de shop kijken de gasten hun ogen uit. Dit gaat hun wildste fantasie te boven.

Fuck de molens en tulpen

We hebben het al even gehad over het Nederlandse wietbeleid. Ze zijn er nieuwsgieriger naar dan naar tulpen en molens, maar dit… Een relaxte winkel waar je net zo simpel een wietje scoort als een biertje in de kroeg. “Wow. I never thought it was so easy. Just walk into a shop and order some weed. I dig it.”

Met grote verbazing nemen ze alles op. Hun mond verandert in een enorm grote grimas. Andrew is zelfs zo onder de indruk dat hij het moment wil vastleggen. Snel maakt hij een foto van het plakkaat op de bar: “Wiet en hasj voor vijftien of zes euro.” Daar maakt hij indruk mee op zijn maten. Ze zijn overigens niet van plan een jointje te roken.

De Groninger nacht

Werkt niet zo goed op de longen, vrezen ze. Niet handig met al die fietskilometers die wachten. Maar in Amsterdam gaan ze wel een hasjbrownie scoren. Vanuit de Dees steken we de Warhol in. Dansjes, gesprekken en Jack Daniels, net zoals thuis op de campus. Na twee borrels speelt de vermoeidheid op. De zin is er nog, maar het lijf is af.

Het bed lonkt, morgen is er weer een dag met de rit naar Leeuwarden. Ofwel:  op noar hoes. Via de Peper- en Poelestraat naar de taxi’s op de Grote Markt. “Is it every saturdaynight like this?,” vraagt Joseph terwijl we ons rond drie uur tussen hordes studenten in de Peperstraat wurmen. Jep. En ook op donderdag en vrijdag.

Uniek en daarom hartje

Ietsjes minder, maar toch duizenden op de been. Tot een uurtje of vijf/zes, zeker als de stufi net is gestort en het weer goed is. Uniek in Nederland, Europa en misschien wel de wereld. Ze zijn overtuigd. Andrew: “Gonna app my friends, who are going to Amsterdam, that they should go to Groningen.”

Voor we de taxi pakken, moet er natuurlijk een eierbal in. Het was ongeveer het tweede woord wat ik tegen ze zei toen ze aankwamen op het hoofdstation. “Moi! Eierbal?” Ze kijken ernaar uit, maar zijn ook een beetje bevreesd. De angst groeit als ze zien waar ik de bal vandaan haal.

Eierbal

Uit de muur. Met tientallen dronken mensen om me heen die ook jagen op een vers hapje uit de muur. Ze zijn verbluft. Dit is de overtreffende trap van fastfood. “We’re just talking about opening a snackwall in Raleigh. It’s amazing, so efficient. This must be a hit in America. How can McDonald’s compete with this?”

Als ze over een jaar of wat in North Carolina een automatiek openen, dan weet ik zeker dat de koning van de snackmuur een aantal raampjes krijgt. Na een aarzelende eerste hap, verorberen ze de eierbal. “This is perfect. The egg, the stuff surrounding the egg and the crispy crust. The best food after a night of drinks.”

Korte nacht

Na de eggball strompelen we naar huis. De gastjes drinken misschien weleens whisky op de campus, het borreltempo in Nederland ligt een stuk hoger. Ze kunnen het amper bijbenen en zijn inmiddels een beetje tipsy. Na een korte nacht slaap hebben we met Mohammad afgesproken bij het Concerthuis.

Mohammad is een ex-vluchteling die inmiddels 1,5 jaar in Groningen woont. Hij doet erg zijn best om te integreren en Nederland terug te betalen voor alles wat wij hem geven. Hij is dankbaar, nederig, slim en gretig om wat van zijn toekomst te maken. De perfecte gesprekspartner om te laten zien hoe Nederland met  vluchtelingen omgaat.

In gesprek met Mohammad uit Syrië

De Amerikanen hangen aan zijn lippen als Mohammad vertelt over de ontberingen tijdens de oorlog en de vlucht naar Europa. Zeven keer is hij op een gammel bootje gestapt om van Turkije naar Griekenland te komen. Enkele keren belande hij in zee en werd hij gered door de Turkse kustwacht.

Mohammad zegt dat hij er nog steeds nachtmerries van heeft. “Dan ben ik weer in Turkije en moet ik opnieuw beginnen aan de vlucht. De hele reis naar Nederland en het verblijf hier is slechts een droom in die nachtmerries.” De jongens hebben de tranen in hun ogen als ze luisteren naar Mohammad.

Niet te bevatten horror

Ze vragen hem het hemd van het lijf. Over de oorlog, over de vlucht, maar vooral over het leven in Nederland. Ze willen weten welke kansen hij krijgt of juist niet krijgt. Of hij het gevoel heeft een tweederangs burger te zijn. En wat hij het meeste mist uit Syrië. Dat zijn zijn ouders. Die heeft hij al jaren niet gezien.

De Amerikanen kunnen het niet bevatten. De horror die Mohammad mee heeft gemaakt overstijgt elke fantasie. Maar het verhaal van Mo heeft ook iets positiefs. Hij is veilig in Nederland. Is hier prima opgevangen en heeft inmiddels een status voor vijf jaar waardoor hij ook aan het werk kan.

We willen allemaal geluk

Daardoor stappen Andrew en Joseph even later toch met een goed gevoel op de fiets naar Leeuwarden. De ellende die vluchtelingen uit Syrië hebben meegemaakt is niet te beschrijven. Maar de opvang in Nederland en Duitsland gaat overwegend goed en werkt niet ontwrichtend voor de maatschappij.

Heel anders dan het beeld in Amerika suggereert. Mohammad is hier niet om een bom te laten ontploffen op de Grote Markt, om vrouwen te verkrachten of om de Sharia in te voeren. Mohammad is hier omdat hij hier veiligheid heeft en kansen voor een beter leven krijgt. En dat is toch wat we universeel allemaal willen.

Amerikanen
Amerikanen

Ga het gesprek aan ( comments)