Van die dingen: supermarkt

Ik ben dol op supermarkten. Dat begint al bij de muziek. Opeens sta ik bij de basmati rijst hardop met LeAnn Rimes of Natasha Bedingfield mee te zingen. Tijdens dit enthousiast meezingen van zo een vergeten hitje, ben ik al meerdere keren door dezelfde jongen betrapt.

Dat was de eerste keer grappig, de tweede keer een beetje ongemakkelijk en vanaf toen werd het ronduit gênant. Ook heb ik al meerdere keren gevraagd wie toch die muziek verzorgt, waar ik tot nu toe het onbevredigende antwoord: “Dat is gewoon een vaste afspeellijst.” op heb gekregen.

Op het moment dat ik door het automatisch openzwaaiende hekje loop en mijn mandje pak, kan ik even al mijn zorgen parkeren en me volledig overgeven aan het doen van mijn boodschappen. Een belangrijk deel van dit proces zijn de andere mensen die op ditzelfde moment hier ook mee bezig zijn. Wie zijn deze mensen? Waar komen ze vandaan? Wat gaan ze van die spitskool maken? Wat maak je eigenlijk met een spitskool?

In de supermarkt bereik ik dat, wat ik tijdens een geleide meditatie met man en macht probeer de te doen: ik ben in het hier en nu en ga op in mijn omgeving. Om mij heen gebeurt er van alles en ik loop er als figurant met een mandje doorheen. Zo kan ik opeens, tijdens het uitpluizen waar de goedkoopste mozzarella ligt, naast een meisje staan die een beetje zenuwachtig aan een jongen vraagt of hij eventueel ook van feta houdt. Na het stiekem afluisteren van dit aandoenlijke feta-gesprek, kan ik mezelf weer helemaal verliezen in de jacht naar de meest gezond uitziende chocoladereep. Terwijl ik dan geconcentreerd de repen bestudeer, zoeft er een jongetje langs mijn been. Zijn moeder glimlacht verontschuldigend naar me en loopt snel achter haar zoontje aan. Die heeft zich allang bij het pannenkoekenbeslag verstopt en wacht giechelend op zijn moeder.

Mijn mandje raakt lekker vol en mijn lijstje is bijna afgewerkt. In de verte zie ik dat het rustig is bij de doe-het-zelf-kassa’s. Tevreden leg ik de super gezonde chocoladereep in mijn mandje totdat ik bruut uit mijn totaal ontspannen staat van zijn wordt gerukt.

“ESMEEEE!”

Klinkt het opeens door de hiervoor zo vredige supermarkt. Een snoeiharde, hese stem overschreeuwd Natasha Bedingfield.

“WAT?”

Vanuit de andere hoek knalt een tweede, schelle stem.

“HEBBEN WE NOG PASTA?”

Opeens bevind ik me in een surround sound schreeuw-symfonie.

“LEKKER!”

De jongen en het meisje van het feta-gesprek zijn gestopt met praten.

“NEEHEE!”

Zelfs het jongetje is uit zijn verstopplek gekropen en staat nu geschrokken naast zijn moeder.

“WAT ZEI JE DAN?”

De moeder kijkt geïrriteerd om haar heen en trekt het jongetje mee naar de kassa’s. Ik kijk het jongetje na en ben er helemaal klaar mee. In mijn hoofd smijt ik mijn mandje tegen het schap met de chocoladerepen en loop met grote passen naar de informatiebalie. Ik ruk de intercom uit de kassa, klim boven op de toonbank en richt mij tot het winkelend publiek.

“Beste Esmee, jouw lieftallige vriendin wil graag weten of er nog pasta in huis is. Dit weet ik, omdat deze vriendin het noodzakelijk vindt dit als een viswijf door de supermarkt te blèren. Nou kan het mij werkelijk helemaal niets schelen of er pasta in jouw huis is, maar het is erg lastig geen onderdeel te zijn van een gesprek dat schreeuwend gevoerd wordt. Dus lieve Esmee, namens mij en alle andere mensen hier die gewoon hun boodschappen willen doen: bespreek je boodschappenlijstje lekker als je náást de persoon in kwestie staat. Voor de rest wens ik jullie een heerlijke avond en vergeet niet dat de Bertolli pastasaus in de aanbieding is.”

Maar dat doe ik niet. Want zoiets durf ik niet. Dus sta ik strontchagrijnig bij de doe-het-zelf-kassa mijn boodschappentas vol te proppen. Met mijn tas loop ik via het hekje weer naar buiten. Gelukkig heb ik chocola en straks, als ik thuis ben ga ik eens lekker Natasha Bedingfield opzetten.

Door: Lara Harbers, Lara is opgegroeid in Groningen, was werkzaam als docent en nu actief als freelance presentatrice en schrijfster. Lara speelt elke week Rummikub, komt tot rust in kringloopwinkels en schrijft brieven met haar vierkleurenpen. Voor Sikkom schrijft ze stukjes, zonder pen, op een laptop. Over twee weken weer een nieuwe “Van Die Dingen”

Jou ook iets opgevallen? Iets meegemaakt? Of moet je gewoon wat kwijt? Mail ons je columns, video’s of ander leuks!

Ga het gesprek aan ( comments)