Waarom Grunn de meest waardeloze skateboardstad van Nederland is

Voordat ik de hele Groningse skateboardscene op mijn dak krijg: ik heb het hier niet over de Groningse skaters zelf, die proberen er echt wel het beste van te maken! We hebben het hier over de skatevoorzieningen in de stad, die zijn waardeloos.

Maar is het echt zo triest gesteld dat we Groningen op het ereschavot voor de meest waardeloze skateboardstad van Nederland mogen plaatsen? Helaas wel. Natuurlijk zijn er steden in Nederland met slechtere skatevoorzieningen, maar als je de kwaliteit van de skateparken in Groningen afzet tegen de grootte van de stad (vijfde van Nederland) dan kom je eenvoudig tot de conclusie dat het de meest waardeloze skateboardstad van Nederland is – met afstand.

De hoogste tijd voor de Gemeente Groningen met hun uitmuntende topsportbeleid om hier verandering in te brengen. Of niet natuurlijk.

De huidige stand van zaken

Ok, laten we eerst de ‘skatevoorzieningsdichtheid’ van Groningen eens onder de loep nemen. De stad heeft verspreid over verschillende woonwijken/stadsdelen zo’n zes skateparkjes. Dat klinkt best veel, maar het gaat hier om zwaar verjaarde, kleine tot zeer kleine parkjes. Het enige buurtparkje dat hier nog enigszins een uitzondering op is, is skatepark Kardinge, gelegen naast het (door de gemeente genereus gesubsidieerde) Sportcentrum Kardinge.

Dit kleine skatepark staat er nu zo’n zes jaar en is wat je van een leuk, modern ‘buurtparkje’ verwacht. Het probleem – je voelt ‘m al aankomen – is dat iedereen hier komt skaten. Tel daar nog twintig wijkkinderen met stepjes, fietsen, skelters en ‘weet-ik-nog-wat’ bij op en de chaos is compleet. Op een zomerse dag zouden verkeersregelaars zeg maar niet misstaan.

Naast de buitenskateparken is er ook nog een indoorskatepark: het Colosseum. Na een faillissement in 2013 werd er een doorstart gemaakt. Het skatepark is opnieuw opgebouwd in een leegstaande school in Vinkhuizen. De oude school is in beheer van de gemeente en zij vragen een commerciële huurprijs voor de huur van de tot skatepark omgetoverde sportzaaltjes.

Vervolgens geven ze het park wel een subsidie (pas sinds enkele jaren) die ze op een paar centen na in zijn geheel weer teruggestort zien op hun eigen rekening onder de regel ‘huur’. Een bijzondere constructie wat mij betreft. Dat het Colosseum nog bestaat is dan ook puur te danken aan het geduld en de inzet van vrijwilligers. Het is een prima parkje trouwens, maar het concurreert niet met de grote indoorparken in ons land: daarvoor heeft het park simpelweg niet voldoende financiële middelen.

Wipkip filosofie

Je vraagt je misschien af, waarom bouwt de gemeente niet één groot skatepark met genoeg ruimte voor iedereen, dat is toch veel logischer? Goede vraag, complex antwoord. Om deze vraag te beantwoorden, moet je eerst iets weten over de ‘wipkip filosofie’ van de gemeente. Zo werk het: volgens het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) is een skatepark in de gemeente Groningen een speeltoestel. Degene die dit ooit bedacht heeft, verdient zeg maar geen prijs.

Dit betekent allereerst dat net als bij speeltuinen, skateparken verspreid moeten worden over de stad: elke buurt of stadsdeel krijgt wat. Voor speeltuinen lijkt mij dit meer dan logisch, want je wilt niet een half uur met je kinderen lopen voor ze kunnen spelen – dat wordt janken. Dus wipkipje hier, glijbaantje daar, schommeltje sus, zandbakje zo, je kent het wel.

Maar om dezelfde lijn door te trekken op skateparken slaat nergens op. Want, een skatepark is namelijk geen speeltuin! En die ‘wipkipdichtheid’ is helemaal niet relevant voor skateparken. Skateboarders reizen de hele wereld over op zoek naar de beste plekken om te skaten, een kwartiertje fietsen naar een goed skatepark is daarom echt niet zo’n probleem.

Een bijkomend probleem van de wipkip filosofie en het plaatsen van skateparken onder dat gekke warenbesluit, is dat skateparken nu dus ook betaald worden uit het speeltuinpotje: iedere wijk heeft zijn eigen potje met een maximaal budget voor ‘speeltoestellen’. Eén groot centraal skatepark in de stad lijkt zolang het onder deze wetgeving valt dus ook financieel moeilijk haalbaar. Want een beetje van alle potjes in een ander potje, nee zo werkt het niet. Regeltjes zijn regeltjes.

Skateboarden is toch geen sport?

Tot een aantal jaren geleden was het al vrij belachelijk dat skateparken onder het speeltuin reglement vielen. Gemeentes haalden toen altijd het slappe argument aan dat skateboarden natuurlijk geen sport is. Vandaag de dag mogen we dit argument officieel bestempelen als onzin, aangezien skateboarden in 2020 een onderdeel is op de Olympische Zomerspelen.

En ik neem aan dat bijvoorbeeld het nieuwe sportcentrum Europapark (kosten gemeente €15 miljoen) ook niet betaald wordt uit een ‘speeltuinpotje’, nee natuurlijk niet! Dus in plaats van een ‘speeltuin’ kun je een skatepark tegenwoordig net zo goed een ‘nationaal olympisch trainingscentrum’ noemen – zelf blijf ik trouwens voorstander van de term skatepark. Gelukkig krijgen steeds meer gemeentes door dat dit allemaal wat onlogisch is met dat gekke speeltuinbeleid voor skateparken en maken bijvoorbeeld geld vrij uit een topsportplan. De gemeente Groningen is daarentegen in diepe slaap gevallen – bovenop de portemonnee.

Hoe doen andere steden het?

Als we Groningen de meest waardeloze skateboardstad van Nederland noemen, is het wel zo redelijk om een korte vergelijking te maken met de andere steden in Nederland. Dit is de top tien steden in ons land (netjes op volgorde van grootte) met een korte omschrijving van de skatevoorzieningen en de rol van de gemeente. Kanttekening: met de nieuwe herindeling van de gemeente Groningen in 2019, staat Groningen zelfs op nummer 5 van deze lijst

1. Amsterdam

De hoofdstad heeft recentelijk een nieuw indoorskatepark gekregen. Een topding waarvan de kosten rond de één miljoen euro waren. De helft is betaald door sponsoren (vooral Nike heeft diep in de buidel getast) en de andere helft (€500.000) is bijgelegd door de gemeente. Daarnaast komt er binnenkort een enorm buitenpark (3.100 m2) op het Zeeburgereiland. De kosten hiervoor lijken goed geheim gehouden te worden, maar ga gerust uit van meer dan een miljoen euro.

2. Rotterdam

Gelegen in de brede middenberm van de Westblaak in Rotterdam vind je het iconische ‘skatepark Westblaak’. In 2016 helemaal opnieuw ingericht en verbouwd tot één van de betere skateparken van het land. Kosten verbouwing: €900.000. Daarnaast heb je ook nog een binnenpark met de naam Skateland dat al jaren goed draait, mede door ladingen kinderen op steppies, kunnen ze zonder subsidies goed rondkomen.

3. Den Haag

Den Haag heeft het bekende – ietwat verouderde – skatepark op het Malieveld en een redelijk indoorpark. Daarnaast hebben ze sinds kort het eerste officiële olympische skateboard trainingscentrum van Nederland: een groot modern indoorskatepark, waar de Nederlands skateboardtop zich van enorme trappen af kan gooien. Kosten gemeente Den Haag: €1.000.000.

4. Utrecht

Het skateboardcentrum van Nederland. Utrecht heeft een levendige skateboardscene die altijd met veel eigen initiatief de boel ‘rollende’ houdt. Zo hebben ze een jaar of twee terug The Yard, een oude legendarische skatespot gelegen op een braakliggend stuk terrein langs het spoor, helemaal opgeknapt en in ere hersteld. Dit overigens grotendeels met geld uit een crowdfunding. Verder heb je in Utrecht nog het Griftpark: misschien wel de bekendste bowl van Nederland. En natuurlijk Skatepark Utrecht, een groot en drukbezocht skatepark. Skatepark Utrecht ontving vorig jaar een subsidie van de gemeente van €30.000 onder de noemer exploitatiesubsidie sportaccommodatie – wat dat ook mag betekenen.

5. Eindhoven

Als je tegen een skateboarder Eindhoven zegt, noemt hij waarschijnlijk Wieger van Wageningen (Nederlandse roodharige pro) of Area 51. Dit laatste is het skatepark in Eindhoven. Een megapark, bekend onder skaters over de hele wereld en met een gruwelijke bowl die werd ontworpen in samenwerking met de TU Delft. De gemeente Eindhoven trekt de portemonnee voor dit skatepark regelmatig. Zo kregen ze in 2016 nog €63.000. Verder heeft Eindhoven ook nog een, niet al te groot, maar prima buitenpark dat er inmiddels al wel weer wat jaartjes staat.

6. Tilburg

We blijven in Brabant – alsof ze daar nog niet genoeg skateparken hebben. Het skatepark van Tilburg, met de naam Ladybird, is een geweldig park. Het park wordt behalve voor zijn fijne ‘skatebaarheid’, altijd geprezen voor de goede vibes. Er werden de afgelopen jaren dan ook niet voor niets meerdere NK’s skateboarden gehouden. Verder werd het buitenpark Reeshof in 2016 uitgebreid. Kosten hiervoor waren ruim €100.000, betaald door de gemeente Tilburg.

7. Groningen

De situatie van Groningen hebben we al besproken. Nog één keertje in het kort dan: een paar verouderde, jankwaardige buitenparkjes en skatepark het Colosseum. Het Colosseum en alle vrijwilligers doen echt hun best, maar het park concurreert niet met een van de indoorparken in deze lijst. Daarvoor is de locatie niet geschikt en de financiële middelen ontoereikend. Naast een subsidie van de gemeente die ze bijna in het geheel terugzien op hun eigen rekening onder de regel ‘huur’, doet de gemeente weinig tot niets voor skateboarders in Groningen

8. Almere

Almere heeft een stuk of vijf skateparken, waarvan twee echt de moeite waard zijn. De eerste staat er nu iets langer dan tien jaar en is gelegen in het pittoreske Almere Buiten. Dit metalen skatepark – je moet ervan houden – is erg ruim en heeft alle obstakels die je maar kunt bedenken. In 2015 werd er daarnaast een supervet buitenparkje gebouwd: echt een goede streetplaza met een origineel ontwerp. De kosten voor dit park zijn onvindbaar, maar je kunt gerust rekenen op een paar ton.

9. Breda

En weer terug naar het Brabant van Guus Meeuwis en de goede skateparken. Breda heeft een leuk en goed skatebaar buitenparkje en een waanzinnig indoorpark dat Pier 15 heet. Dit park komt zeker voor de (niet bestaande) prijs ‘beste skatepark van Nederland’ in aanmerking. Het is gemaakt van supersmooth beton, ziet er fantastisch uit, alles glijdt als een tiet en er zijn zelfs plantenbakken – met bomen erin! Het geld voor het park hebben ze onder andere bijeengekregen met behulp van een Europese subsidie.

10. Nijmegen

En we sluiten de top tien af met de mooie stad aan de Waal. Qua buitenparken houdt het hier niet over: beetje niveautje Groningen met wat oude prut. Maar Nijmegen heeft wel een top indoorskatepark: Waalhalla. Een paar jaar geleden, leek het park nog bijna te verdwijnen, maar na een aantal geweldloze protesten, kwam de gemeente over de brug. Ze knalden er een subsidie van €25.000 tegenaan en ze scholden een paar dure belastingen vrij.

22. Leeuwarden

Als bonusstad hebben we onze Friese buren aan de lijst toegevoegd. De reden hiervoor? In Leeuwarden is deze zomer een nieuw buitenpark geopend. Het park is groot, heeft creatieve obstakels en ligt op een fijne locatie vlakbij het centrum. Dit park trekt op het moment skaters uit heel Noord-Nederland en ook de Groningse skaters trekken massaal de grens over voor een goede skatesessie in Friesland. Kosten gemeente Leeuwarden: € 165.000 exclusief onderhoud.

Gemeente Groningen: open je ogen

Het is dus echt zo: Groningen heeft in vergelijking met de andere grote steden in het land waardeloze skatevoorzieningen. De insteek van dit betoog is niet om nu onmiddellijk alle subsidies en potjes van de gemeente leeg te trekken – alhoewel dit best mag. Het is voor de gemeente vooral een kans die ze laten liggen zonder dat ze het misschien zelf doorhebben. Want, als je een kijkje neemt in het Sport en Bewegen Meerjarenplan van onze ‘City of Talent’ lees je dingen als:

“We willen talent de kans geven om topsporter te worden, we willen jongeren de kans geven om plezier te beleven aan sport en bewegen, we willen meer openbare ruimtes die uitnodigen tot bewegen en we willen dat sportparken een meer openbaar karakter hebben”.

Als je dit leest, lees je eigenlijk gewoon ‘een skatepark’. Naast dat de gemeente met het realiseren van een goed skatepark dus al hun eigen ‘buitensportwensen’ in vervulling laten komen, investeren ze daarnaast in de sport die in 2020 olympisch door gaat breken en waar Groningen als ‘City of Talent’ natuurlijk voorop staat. Van lastige kostenpost tot gemeentelijke natte droom in één alinea.

Werk aan de winkel!

Wat nu? Het is al bijna 2020! Ja, we moeten aan de slag. Wij zouden heel graag met een klein, selectief groepje skateboarders mee willen helpen om de koffieautomaat op het gemeentehuis leeg te drinken en samen te praten over de mogelijkheden voor een goede skateplek in Groningen: iets waar zowel de gemeente als de skaters nog vele jaren plezier van beleven.

Door Bram Roenhorst – artikel is ook gepubliceerd op bladmedia.nl