Westindischekade: Working Class Harro – column

Westindischekade Toto

Gedurende 7,5 jaar heb ik met veel plezier aan de Westindischekade (in de volksmond de WIK) gewoond. In een serie blogs schrijf ik over het wel en wee in deze achterstandswijk. Vandaag deel 1: Working Class Harro. (Vanwege privacy gebruik ik een andere naam)

Zo’n vijf jaar geleden nam collega en toenmalig straatgenoot Jeroen me voor het eerst mee naar de sigarenboer. Zo noemde hij hem niet, het was Harro. Ons kent ons in de Indischebuurt. Samen stapten we de, zoals het hoort muf ruikende, toko binnen om ons Toto-formuliertje in te leveren.

Vijf mooie jaren bij Harro

Daar stond hij: Harro. Precies zoals ik me had voorgesteld. Te weinig haar voor Bob de Rooij-scheiding, maar zijn poging was dapper. Overhemd, mottige spencer en ribbroek. Het onverstaanbare geslis maakte het beeld compleet. Het was het begin van vijf mooie jaren bij Harro.

Hij waande zich voetbalkenner en voorspelde dan ook vaak hoe FC Groningen het ging doen de volgende speelronde. Als zijn voorspellingen niet uitkwamen, was hij de eerste die op maandag riep dat ‘hij die nederlaag al had voorspeld’.

Harro en de Westindischekade

Harro had zijn geliefde wijk nimmer verlaten. Nou ja, hij groeide op aan de overkant van de Bedumerweg. In De Hoogte, op steenworp afstand van zijn sigarenhandel. Toen ik vertelde dat mijn ouders daar ook waren opgegroeid, begon hij verder te vragen over het hoe en waar.

Ik dwaalde af met de gedachte aan Harro die als Adonis achter mijn moeder aanzat en haar nafloot op straat. In theorie had Harro mijn vader… nee, ik wil het niet weten…brrrrr.

Maandenlang moest iedere klant aanhoren dat hij eigenaar zou worden van de zaak. Zijn grote droom. In eigen beheer de Story, snoepkikkertjes van een stuiver per stuk en zware shag verkopen. Maar als Harro je niet mocht, had je een verkeerde aan hem.

Uuro’s

Als de terminal van de Lotto weer eens kuren vertoonde, zou hij ‘de vertegenwoordiger alle hoeken van zijn zaak laten zien’ en toen een man netjes vroeg of hij ‘honderd oero’ kon wisselen, antwoordde Harro resoluut: ‘het zijn geen oero’s, maar uuro’s!’.

Maar uiteindelijk zat er totaal geen kwaad in de beste man en als ik in de buurt ben, vul ik bij hem mijn Toto-formuliertje in. Ook al is het alleen maar voor een praatje. Over het feit dat dat ene rek met tijdschriften een meter is verplaatst of de bloemen er zo mooi bij staan.

Want hij is Harro

Tenzij Harro andere dingen te doen heeft. Zoals de keer dat ik een lege zaak aantrof en enkel het geluid van het doortrekken van de wc hoorde. ‘Hai hai, dat lucht op. Soms moet je even flink, he’, verklaarde hij zijn wc-bezoek.

Hij veegde zijn handen nog even af aan zijn broek en stak zijn hand uit om het formuliertje in ontvangst te nemen. Zelfs daar kwam hij mee weg. Want hij is Harro.

Door: Martin Cusiel

Martin Cusiel

Martin Cusiel is redacteur en journalist. Hij werkt voor onder andere NDC mediagroep en RTVNoord. In zijn vrije tijd schrijft hij voor zijn eigen blog columns. Waaronder over de Westindischekade. Deze prachtige portretten van een achterstandswijk plaatst Sikkom met heel veel liefde door.

Psst, hier meer afleiding: